donderdag 14 juli 2016

Visa-run

Visa-run, een regelmatig terugkerend fenomeen. In Panama ging de reis altijd per bootjes en bussen naar Costa Rica. Hier in Indonesië zijn de afstanden iets groter en gaat het per vliegtuigen naar Singapore. Voor Panama was het voldoende om minimaal drie dagen uit het land te blijven maar voor Indonesië hebben we een visum nodig. Dat regelt iedere (slimme) expat hier met een agent dus ook wij laten ons een "visa consultant" adviseren. Het blijkt dat hij het visum in één dag bij de Indonesische ambassade in Singapore kan verzorgen.

Op zondag vliegen we naar Bali waar we een hotelletje vlakbij het vliegveld nemen. Maandagochtend om 4 uur gaat de wekker, om 6 uur zitten we in het vliegtuig richting Singapore en, na een ritje met de metro van een half uur, zitten we om half 10 bij de consultant. Het is lopende band werk: paspoort, sponsorbrief, pasfoto en geld inleveren en 's middag rond 16.00 uur terugkomen. De regenachtige dag in Singapore brengen we door in één van de vele shopping malls en 's avonds om 21.30 uur zitten we weer in het vliegtuig richting Bali waar we 's nachts om 1.00 uur ons hotelbed inrollen. De volgende dag vliegen we weer terug naar Labuan Bajo. In drie dagen en vier vluchten uit en thuis...

We hebben dus weer een visum waarmee we het komende half jaar in Indonesië kunnen blijven (visum is geldig voor 2 maanden en daarna kunnen we het nog 4 maanden verlengen) en dat komt goed uit want Roberto heeft een leuke baan aangeboden gekregen!
Eind juni, vlak voordat we op onze korte vakantie gingen, wordt hij gebeld door de tourorganisatie waar hij een klus voor gefreelanced heeft. Het blijkt dat er gelukkig nog mensen zijn die wel kwaliteiten kunnen herkennen en zijn werk en enthousiasme naar waarde schatten. Ze willen hem graag hebben als manager van de "duik-afdeling" van de organisatie, die al wel aanwezig is maar nog verder uitontwikkeld moet gaan worden. Dat is een kolfje naar Rob's hand. Inmiddels is alles rond en heeft het bedrijf zijn verblijfs- en werkvergunning al aangevraagd. Dat is hier erg belangrijk (duurt sowieso een aantal maanden, dus hoe eerder hoe beter) en daar gaan ze dus duidelijk serieus mee om.

En om de organisatie, de tours en de duikstekken goed te leren kennen gaat hij morgen al mee op de eerste tour van drie dagen! Kijk, dat zijn spijkers met koppen, daar houden we van...

donderdag 7 juli 2016

Vakantie!


Het heeft even geduurd (we zijn inmiddels al bijna een half jaar in Labuan Bajo) maar nu heb ik dan ook eindelijk gedoken in het prachtige Komodo Nationaal Park!
Met een freelance klus heeft Roberto een reisje voor ons samen bij elkaar verdiend en afgelopen zondag was het zover: we gaan op 3-daagse tour waar we alle highlights van het Nationaal Park te zien krijgen.


Het duiken is geweldig. De duikstekken behoren tot de Top Tien van de wereld en de hoeveelheid en diversiteit aan vissen en koralen in alle vormen, maten en kleuren is overweldigend. Daarnaast zien we haaien (white tips en black tips), schildpadden en natuurlijk manta's (waaronder de zeldzame zwarte "Ninja Manta" die maar op een paar plekken in de wereld voorkomt).







We bezoeken de eilanden Komodo en Rinca waar de Komodovaranen leven. De Komodovaraan is de grootste hagedis ter wereld (tot 3 meter lang) en komt alleen in dit gebied voor. Het zijn roofdieren die zowel op klein als groot wild jagen (zelfs herten en buffels) maar ook aaseters. Ze zien er bijna prehistorisch uit en zijn behoorlijk indrukwekkend als je ze van dichtbij ziet.



Klik hier voor een video van de: Komodovaranen (aan het einde zie je twee vechtende mannetjes, want het is het paringsseizoen...)

De avonden onvernachten we in een "piraten-kamp" op een onbewoond eiland in eenvoudige houten hutten waar we zicht hebben op prachtige zonsondergangen en ongelooflijke sterrenhemels.



Overdag brengt de boot ons naar de verschillende duikplekken, eilanden en stranden en genieten we van de relaxte overtochtjes met een koele bries en schitterende uitzichten.



Op de laatste dag zien we bij zonsondergang de vliegende honden van het eiland Kalong vertrekken. Deze grote vleermuizen vliegen met duizenden tegelijk naar Flores om zich daar tegoed te doen aan de fruitbomen.


Hier volgt een video van de: Vliegende Honden (de close-ups zijn wat schokkerig -want uit de losse hand gefilmd- maar het geeft wel een idee van de vleermuizen)

Als we daarna in het donker terug varen naar Labuan Bajo zien we overal op Flores vuurwerk ter viering van het einde van de ramadan. Het is een feestelijke afsluiting van een heerlijke reis!


maandag 6 juni 2016

Eten

Avondmarkt
Tja, ook hier gaat, net zoals dat in Panama het geval was en zonder twijfel overal ter wereld zal zijn, het leven zijn gewone gangetje. Ik heb een lekkere routine gevonden in het hotel en Roberto is zoet met zijn project en een beetje freelancen, wat hem af en toe leuke tripjes oplevert.

Dus wat is er eigenlijk nog te vertellen over ons leven hier? Nou, misschien is het leuk om jullie een kijkje te laten nemen bij ons eten...

Zoals jullie je wellicht herinneren, wonen we op het moment in een soort hotelkamer en hebben we, behalve een klein koelkastje, geen keukenfaciliteiten. Voor het ontbijt en de lunch is dat niet zo bezwaarlijk want we hebben een waterkokertje om thee of koffie te zetten en verder kunnen we altijd wel een boterhammetje nuttigen. Voor de ochtend is dat meestal met zoetigheid: pindakaas, jam of chocopasta. En tussen de middag beleggen we ons brood met hartigheid: kaas (hoewel uiteraard niet te vergelijken met onze echte Hollandse kaas) of een blikje tonijn of sardientjes (vleeswaren kennen ze hier niet).

Het avondeten is een ander verhaal. Daarvoor moeten we dagelijks 'uit eten'. Dat klinkt luxer dan het is want het is hier, ook voor de lokale mensen, heel gebruikelijk dat je buiten de deur eet en dat is dus in verhouding redelijk voordelig. We kunnen hiervoor terecht in een verscheidenheid aan eetgelegenheden, van goedkope lokale warungs tot gezellige, wat duurdere, restaurantjes. Inmiddels hebben we zo onze vaste adresjes, evenals onze favoriete gerechten.

De warungs zijn kleine lokale zaakjes waar je typisch Indonesische gerechten kunt eten. Het zijn vaak wat kale ruimtes, direct aan de straat, maar het eten is goed en goedkoop (voor ca. 3 euro heb je samen een prima avondmaal) en bij elk winkeltje hebben we onze favoriet.

Zo eten we bij de één gado-gado of kwitau goreng...



bij de ander capcay of mie...



en bij weer een ander eten we rijst met saté.


Soep, rijst en saté
De Avondmarkt verdient een apart hoofdstukje. Deze markt wordt iedere avond opnieuw op de kade bij de haven opgebouwd uit verrijdbare karretjes en houten tafels met plastic stoeltjes. Bij de verschillende standjes kun je terecht voor een lekkere nasi goreng ayam...



of een heerlijk gebakken vis met rijst en groente (en natuurlijk sambal).

Vangst van de dag

Gebakken vis met rijst en groente
De wat duurdere restaurantjes zijn een beetje meer op westerlingen gericht met als gevolg dat ze vaak iets meer sfeer hebben, met wat decoratievere zitjes, een mooi uitzicht en een gezellig muziekje op de achtergrond. Ze hebben vaak ook wat meer keus dus daar gaan we heen als we een keertje iets anders willen eten, nog steeds voor hele redelijke prijzen (ca. 10 euro met z'n tweetjes).


Kipfilet blokjes in de huis-saus

Visfilet met groente & Inktvis-curry met rijst
Als we ons dan écht een keertje willen verwennen dan gaan we voor een goed stuk vlees. Dat komt niet zo heel vaak voor want ook al is het naar Europese maatstaf nog steeds erg voordelig (de complete rekening zo'n 25 euro), in Indonesië kun je je dat nou eenmaal niet iedere dag veroorloven.

Broodje hamburger

Biefstuk! En ja... het vlees was al bijna op voordat we eraan dachten een foto te nemen ;-)
Maar soms, heel soms, val je echt met je neus in de boter. Dan ontmoet je een Nederlander die al jaren in Indonesië woont, die na even babbelen vertelt dat hij altijd zelf kroketten maakt en die je uitnodigt om een keertje bij 'm te komen eten... Ja, dan is het natuurlijk écht feest!

Huisgemaakte Hollandse kroketten

Mét mosterd natuurlijk!

woensdag 11 mei 2016

Kalme dienst


Ik merk dat ik hier veel minder vrij kan schrijven dan dat ik altijd gewend was. De Grote Boze Boeman (een zekere overheidsinstantie) houdt alle expats hier in een ijzeren greep, paranoia voert de boventoon en corruptie viert hoogtij. Zelfs als gewone toerist is het verkrijgen van het verplichte maandelijkse stempeltje iedere keer weer een hele happening.

Maar buiten dat terugkerende ritueel, wat gemiddeld 3 ochtenden per maand in beslag neemt, is het een kalme dienst. Roberto heeft een leuk projektje in de wacht gesleept waar hij al zijn ideeën, energie en voldoening in kwijt kan en wat door de betrokkenen zeer gewaardeerd wordt. Verder genieten we van het mooie weer, want het regenseizoen (wat dit jaar toch al niet zo heftig was) lijkt over.

Al met al, lekker relaxed...
Een middagje naar het strand...

of het zwembad...

Even afkoelen,

en natuurlijk lekker eten.

zaterdag 23 april 2016

Tochtje


Ondertussen in Indonesië... gaat het leven gewoon door. Ik ben de ochtenden onder de pannen in het hotel en Roberto vermaakt zich thuis, babbelt af en toe met de buren (onze Indonesische buurman heeft een Nederlandse vriendin die een paar dagen over is) en wordt op zondagochtend zelfs op de koffie gevraagd door onze huisbaas.


En we gaan eindelijk maar eens 'toeristje-spelen'. Dinsdag morgen stappen we op ons brommertje om de Cunca Wulang watervallen te gaan bezoeken. Het is een tochtje van 30 km landinwaarts over een, voor Flores standaard, redelijk goeie weg. In eerste instantie rijden we langs uitgestrekte groene velden, maar al snel nadat we Labuan Bajo achter ons hebben gelaten, wordt het bergachtiger met een rijke begroeiing van loof-, palm- en bananenbomen. Gestaag zigzaggen we naar boven vanwaar we een prachtig zicht hebben over het land en op de zee.


Na zo'n 26 km staat een klein bordje waar we moeten afslaan. Dit pad is (zelfs voor Flores maatstaf) een stuk minder en af en toe geheel afwezig, met alleen maar diepe moddersporen en verstrooide keien. In een slakkengangetje hotsebotsen we de laatste 4 km weer een heel stuk naar beneden.


Dan komen we aan bij een kruispunt met wat houten gebouwtjes waar de eerste de beste mensen die we tegenkomen uitgebreid staan te zwaaien en gebaren, terugwijzend in de richting waar we vandaan gekomen zijn. Eén van de houten gebouwtje blijkt het toeristenkantoortje te zijn, maar die is erg gesloten. Er hangt een brief in het Bahasa (Indonesisch) dat dateert van de dag ervoor.


De man die net al had staan zwaaien komt het pad aflopen en schudt driftig met zijn hoofd en handen. Hij is waarschijnlijk degene die het kantoortje normaal gesproken bemant en het is ons nu wel duidelijk dat het niet open is vandaag. De vrouw van het winkeltje aan de overkant van het kruispunt spreekt redelijk Engels en legt ons uit dat er een paar dagen geleden een ongeluk is gebeurd bij de watervallen. Twee Maleisische meisje die bij de waterval in het meer gesprongen zijn (dat is nl. de grote attractie van de waterval) zijn verdronken, evenals een lokale jongen die hen wilde redden... Dus, sinds gisteren, is er een verordening dat de watervallen te gevaarlijk zijn op het moment en niet bezocht mogen worden... Tja, het wil niet echt meezitten met onze toeristische uitstapjes hier!



Omdat we er nu toch zijn, maken we maar gewoon een ommetje rond het dorpje. Voor we het goed en wel door hebben, loopt er een jonge knul met ons mee die in gebrekkig Engels vertelt dat we niet naar de watervallen kunnen, maar dat hij ons wel kan rondleiden. Waarschijnlijk is het één van de gidsen die nu ook zonder werk zit, dus vooruit maar. We wandelen door het dorpje en de omliggende jungle. Naar de waterval gaan we dus niet, maar onze zelf-benoemde gids heeft op zijn telefoon nog wel een foto van hoe en waar er dan in het water gesprongen werd.


Na een uurtje hobbelen we het keienpad weer terug en slingeren we via de hoofdweg op ons gemakkie terug naar Labuan Bajo met onderweg nog wat leuke foto-stops.



vrijdag 15 april 2016

Einde oefening

Velen van jullie zullen zich de afgelopen maanden afgevraagd hebben waarom er zo weinig geblogd wordt. We zitten tenslotte in een nieuwe omgeving en jullie verwachten van mij de gebruikelijke uitgebreide verhalen over het leven, de natuur, de cultuur en andere aanverwante zaken in Indonesië. Helaas hebben we nauwelijks tijd gehad om veel van die ervaringen op te doen. Vanaf dag 1 dat we hier zijn aangekomen, zijn we druk geweest met werk.

De eerste twee en halve week zijn we zeer intensief ingewerkt omdat Marij daarna voor ruim 5 weken op vakantie zou gaan. Daarna werden we met kop en kont in het diepe gegooid tijdens de Dock periode, ruim een maand waarin niet alleen beide boten op het droge gingen om geheel opgeknapt en gerenoveerd te worden maar ook het kantoor en alle (duik)materialen onder handen genomen moesten worden. Dat was beslist niet eenvoudig maar hebben we wel tot een goed einde gebracht.
We waren dan ook best blij dat Marij, met een week vertraging, na 6 weken terug kwam, want we gingen ervan uit dat, met het duikseizoen inmiddels weer begonnen, de werkzaamheden zich een beetje zouden normaliseren.

Dan nog maar even een foto van "dicht-bij-huis"
Helaas,dan begint de ellende pas goed, want al heel snel blijkt dat er met de baas niet te werken valt. Hoewel het bedrijf al 10 jaar bestaat (en hoogstwaarschijnlijk altijd op dezelfde manier heeft gefunctioneerd) heeft ze nog steeds Utopiaanse ideeën over hoe de dingen zouden moeten werken en geeft ze die opdrachten alsof we dat gisteren al bedacht en uitgevoerd hadden moeten hebben. Maar als het vervolgens beslissingen of consequenties van haar kant verlangt, krabbelt ze terug of zwakt ze het af en ondermijnt daarmee de hele situatie.
En omdat het nooit gaat zoals zij het wil, stampt ze hele dagen als een briesend paard door het kantoor en communiceert ze in grauwen en snauwen, wat uiteraard erg bepalend is voor de sfeer. Als je dan werkdagen van gemiddeld 12 uur per dag maakt, is de lol er snel vanaf.

Uiteraard hebben we een paar keer geprobeerd hierover te praten, maar eigenlijk verandert er niets en de volgende dag zitten we weer met hetzelfde gemopper, geklaag en zure gezicht. Na een maand heeft ons dat zoveel negatieve energie gekost dat we ons realiseren dat dit nooit gaat werken en we besluiten op te stappen. We hebben nog een poging gedaan om op een leuke manier uit elkaar te gaan maar als ook dat niet lukt, kunnen we maar tot één conclusie komen: het is helemaal niet "goddelijk" bij Divine Diving...

Hoewel we nu wel met een probleem zitten (we moeten immers toch weer iets vinden om onze boterham mee te verdienen) valt er een last van onze schouders. Na een paar dagen ontlading gaan we ons nu maar weer op de toekomst richten.
De bezigheden in het hotel zijn ontzettend leuk en worden daarbij ook nog eens enorm gewaardeerd dus daar kan ik de ochtenden blijven. En verder gaan we weer op zoek. Als we hier iets kunnen vinden, is dat leuk maar de realiteit gebiedt ons om een ruimere blik te nemen. Eigenlijk zou rond deze tijd voor ons een verblijfs- en werkvergunning aangevraagd moeten worden. Maar aangezien het bedrijf dit aan moet vragen, gaat dat nu niet gebeuren (en voor mijn part-time functie is het ook niet echt aannemelijk om een vergunning aan te vragen). Ons sociaal visum kunnen we nog een paar maanden verlengen maar loopt begin juli af. Nou zijn er in dit soort landen altijd wel weer mazen in het net te vinden maar dat zal niet een lange termijn oplossing zijn.
Oftewel, back to the drawing board: we stellen ons weer beschikbaar op de wereld-arbeids-markt.

Tja Rob, welke toekomst ligt er aan de horizon?
En in de tussentijd moeten we er maar een beetje van genieten. Want hoewel we hier nu 3 maanden zitten, hebben we nog niets gezien van Flores, zijn we nog geen Komodo-varaan tegen gekomen en heb ik zelfs niet één keer gedoken (Rob is zowaar 1 dag mee geweest). En het zal ons toch niet gebeuren dat we straks hier alweer weg zijn, voordat we deze must-do's van ons lijstje afgestreept hebben...