maandag 27 oktober 2014

Lekker maandje

Polo Beach
We lopen naar het einde van onze sabbatical en alle vakanties zitten erop. Maar niet getreurd, want ook thuis is genoeg te doen. Het is nu echt laagseizoen, dus er zijn weinig toeristen, en wij nemen het ervan met een paar dagjes uit. "Vakantie rundum Hause" zoals we dat vroeger noemden.

Zo hoorden we begin oktober over een nieuwe tour, de Banana Republic Tour, eentje die eens iets anders biedt dan de gebruikelijke dolfijnen, snorkelen en strand (wat overigens ook heel leuk is, maar die kennen we al). Deze tour neemt je mee naar de geschiedenis van de eilanden en vertelt met name over de bananen- en suikerplantages en de invloed die dat gehad heeft op het gebied.

Een oude plantage, nu weer overwoekerd
In zo'n 3 uur varen we naar diverse locaties in de archipelago waar de gids honderduit vertelt. Natuurlijk weten we dat dit gebied is ontdekt door Columbus. Op 5 oktober 1502, tijdens zijn vierde en laatste tocht, doet hij Isla Colón aan om zijn twee door storm beschadigde schepen te repareren. De eerste (blijkbaar Engelstalige) immigranten volgen pas in 1745.
Eind 19e eeuw vestigt de Duitse Snyder Banana Company zich op Colón en zij beginnen met de aanleg van het Snyder Kanaal (van Colón naar het vasteland waar later Changuinola zou komen), niet alleen om bananen en suiker naar het vasteland te vervoeren, maar ook een keur aan materialen die nodig waren om Changuinola op te bouwen. In 1899 wordt de Snyder Banana Co. overgenomen door de United Fruit Company (wat later Chiquita zal gaan heten); zij bouwen het kanaal af en het bedrijf floreert in de decennia daarna.
Begin 20e eeuw is het eiland Colón bezaaid met plantages, er rijden stoomtreintjes die zowel goederen als werknemers vervoeren en is er zelfs een telefoon netwerk om het contact met alle plantages en het hoofdkantoor van de United Fruit Company in Bocas te onderhouden. Bocas is een levendige stad met statige gebouwen, hotels, restaurants, casino's en bioscopen.

Snyder Kanaal, inmiddels niet meer in gebruik
Helaas is er heel weinig van terug te vinden. Alle plantages, de treinrails en het telefoon netwerk zijn verdwenen en terug geëist door het oerwoud; het Bocas van de gloriedagen is grotendeels door een brand verwoest.
Het enige zichtbare restant van de bananen-geschiedenis is Hospital Point. Gelegen op de punt van het nabij gelegen Isla Solarte, werd het hospitaal in 1900 door United Fruit Company gebouwd om de malaria en gele koorts slachtoffers te verzorgen, waarmee ze (dankzij de geïsoleerde locatie en de pas verworven kennis dat beide ziektes door muggen werden overgedragen) er in slaagden om in korte tijd deze ziektes in het gebied volledig te verbannen.
Al met al een hele leuke en vooral interessante tour.

Mijn verjaardag vieren we met stille trom. Traditie-getrouw trakteren we onszelf thuis op heerlijke hapjes,een goeie fles wijn en koffie met likeur na.

Polo Beach
De dag erna is Chris (de nieuwe eigenaar van Tio Tom) jarig en hij nodigt zijn vrienden uit voor een dagje Polo Beach. Rond 11 uur varen we met een afgeladen boot naar de noordzijde van Bastimentos. Polo Beach is van Polo, een kleurrijke local van inmiddels 71 jaar met twee passies: drank en vrouwen. Volgens de legende zou hij zijn stuk land inclusief strand al drie keer voor grof geld verkocht hebben, maar hij zit er nog steeds...
Het is prachtig weer, de zee is heerlijk en de talrijke palmbomen zorgen voor voldoende schaduw. Er is kip op de barbecue (aangevuld met de hier onvermijdelijke rijst en bonen) en natuurlijk genoeg te drinken.

Polo Beach
Maar Polo Beach is ook een mooie duikplek en omdat we er nu toch zijn hebben we onze duikspullen mee genomen en Michel (de nieuwe eigenaar van Scuba 6), die ook uitgenodigd is, heeft een paar tanks meegenomen. Dus voordat we ons in het feestgedruis storten, gaan we eerst met z'n drieën een prachtige duik maken!

vrijdag 3 oktober 2014

"Weekendje weg"


Onze laatste vakantie van dit jaar is eigenlijk meer een weekendje weg. Zoals we vroeger in Nederland wel eens een lang weekend in eigen land gingen genieten van een mooie omgeving en een goed hotel, zo doen we dat deze keer in Panama, alleen nu is het "weekendje weg" midden in de week. We gaan naar de zuidkust, naar Boca Chica, dat aan de Stille Oceaan ligt.

Het eerste gedeelte van de reis er naartoe is de bekende, ongeveer vijf uur durende, route naar David met watertaxi, boot en bus. Van daaruit is het nog ongeveer drie kwartier met de volgende bus en dan nog een half uurtje met een collectivo, een klein lokaal busje.


Boca Chica is een klein vissersdorpje en ligt behoorlijk afgelegen. Er komt niet zo heel veel toerisme en er zijn geen voordelige hostels, slechts enkele hotel resorts, dus we gaan verplicht voor luxe. Niet dat we klagen want het hotel is schitterend. De kamer is een ruime cabaña met terras die uitkijkt op een mooie tuin met daarachter de baai. Er is een heerlijk zwembad met ligstoelen en parasols, een gezellige bar en een mooi restaurant waar ze zalige gerechten serveren. Kortom: ouderwets genieten!


Maar de belangrijkste reden dat we juist hier naar toe gekomen zijn, is de walvis-tour. Tussen mei en november krijgen de walvissen in deze regio kalveren en trekken ze richting de evenaar. Dus de volgende ochtend, na een heerlijk ontbijt, stappen we om 9 uur in de boot van het hotel die ons meeneemt in de Golfo de Chiriquí. De baai is bezaaid met ontelbare, kleine (vaak onbewoonde) eilanden en rotspartijen. De eilanden zien er heel anders uit dan bij ons aan de Caribische kust. Ze zijn veel rotsachtiger en minder begroeid.


Na zo'n half uur varen, ontdekken we de eerste bultrug walvis. We zien de ronding van een rug (vandaar de naam bultrug) met een kleine rugvin door het wateroppervlak breken. We proberen hem een beetje te volgen als de kapitein plotseling in de verte wijst. Een heel stuk verderop zien we een enorm lichaam uit het water omhoog komen en met een grote golf van opspattend water weer in de zee verdwijnen. Het verbaast ons dat we, ondanks dat het zo ver weg is, het zo goed kunnen zien. Die dieren moeten echt gigantisch groot zijn. Terwijl de kapitein het gas open gooit en in die richting vaart, zien we regelmatig walvissen springen en met een enorm watergeweld weer in de zee plonzen.


Als we eenmaal ter plaatse zijn, is er nog een tweede boot gearriveerd. Met de bootjes in de buurt, springen de dieren niet meer uit het water, maar we zien ze overal om ons heen zwemmen. Iedere keer zien we weer een rugvin door het water breken, meestal twee bij elkaar en vaak ook met een kleintje erbij. Wat we boven water te zien krijgen is maar een klein gedeelte van het beest maar de breedte van die rug is al zó imposant dat we ons wel een voorstelling kunnen maken van de grootte van deze magnifieke dieren. We blíjven foto's maken. Heel af en toe zien we ook een zij-vin of een gedeelte van de kop boven water komen, maar op die momenten zijn we natuurlijk weer te laat met onze camera om het vast te leggen.


We zouden nog wel uren kunnen kijken, maar na anderhalf uur vertrekken we en worden we naar een mooi wit strand gevaren waar we nog een uurtje lekker genieten van zon en zee. Op de terugweg naar het hotel, ontdek ik weer een paar bultruggen, en blijven we toch weer een tijdje tussen de dieren ronddobberen.


Na nog een middagje zwembad en een avond culinair smullen, zit ons "weekendje" er al weer op. Op de terugreis stoppen we natuurlijk een paar uur in David om inkopen te doen, want als je dan toch in de grote stad bent, moet je daar wel gebruik van maken. Op de rit van David naar huis, valt het ons op dat er ontzettend veel bomen en takken zijn omgevallen en afgebroken en eenmaal thuis horen we dat er die ochtend een enorme storm, met hoosbuien en wervelwinden, heeft gewoed. Die zijn we aan de zuidkust dus mooi mis gelopen.

vrijdag 12 september 2014

Weer terug


Het leven gaat weer z'n heerlijk rustige gangetje. Nog nagenietend van ons maandje Guatemala liggen we  lekker in onze hangmat weer eens een boekje te lezen.

Naar aanleiding van de inbraak gedurende onze afwezigheid, wordt samen met de huisbaas een plan gemaakt om het eventuele toekomstige inbrekers toch iets lastiger te maken (ja,ja, het bekende verhaal van de put en het verdronken kalf... maar ja, zo gaan die dingen hier). De inbrekers zijn namelijk via de achterkant op de veranda geklauterd. Aan die kant zit er een ruimte tussen het golfplaten dak en de houten muur en daardoor zijn ze naar binnen geklommen. Op dezelfde manier zijn ze beide afgesloten kamers ingekomen. Het is dus zaak om de ruimte boven de buitenmuur te barricaderen.


Op zaterdagochtend komt de huisbaas met houten planken, zaag, hamers, spijkers en een hulpje aansjouwen om de klus te klaren. Er zit nu een soort traliewerk tussen muur en dak waar niet tussendoor geklauterd kan worden. Het blijft natuurlijk een houten huis en als ze echt willen, vinden ze altijd wel een manier, maar het gezegde luidt dat ook de inbrekers hier liever lui dan moe zijn dus hopelijk is het voldoende om ze te ontmoedigen.



Ook op een ander vlak zijn we actief met "misdaadbestrijding". Sinds de verkiezingen in mei, hebben we namelijk een nieuwe corrigidor en represenante op Bastimentos en zij zijn inmiddels het programma "Bastimentos Clean and Green" gestart, waarmee ze een aantal belangrijke problemen zoals afval/recycling en criminaliteit willen aanpakken. Ze betrekken daarbij heel bewust de bedrijven en de expats op het eiland dus ook daar proberen we ons steentje bij te dragen.

Verder hebben we nog een nieuwtje... Vlak voordat we 1 augustus naar Guatemala vertrokken, kwam ons iets ter ore: de duikschool Scuba 6 Diving zou ter ziele zijn!
Nu we terug zijn, horen we de verhalen. Eind juli is vriendin-lief vertrokken en nog geen week later verdwijnt ook de eigenaar. Er zouden, naast de ruzie en onenigheid die ze al hadden met diverse mensen op het eiland, problemen zijn met de huis-eigenaar omdat ze de huur niet betalen (ze hebben duidelijk een huur-betaal-issue). Het heeft er dus alle schijn van dat ze met de noorderzon vertrokken zijn...
De duikschool (alleen de materialen want het pand is alweer aan iemand anders verhuurd) is opgekocht door een goeie bekende van ons en hij heeft ons inmiddels al benaderd om te vragen om een samenwerking, zoals hij zelf zegt "in welke vorm dan ook". Hij wil de duikschool in ieder geval begin volgend jaar weer operationeel hebben en hij heeft goeie plannen om de naam en reputatie weer op niveau te krijgen. Hoe hij de duikschool gaat noemen, weten we niet, maar Roberto en ik dopen hem:  "Scuba 6.1 - verbeterde versie".
Karma heeft haar werk gedaan!

Dus begin volgend jaar is er ook voor ons weer werk aan de winkel. Dat komt mooi uit. Kunnen we ons 2014-Sabbatical-Jaar in alle rust afronden. Er staat nog één kleine vakantie in de planning. Eind september gaan we een paar dagen naar de Stille Oceaan aan de andere kant van Panama waar de walvis trek dan gaande is. Hopelijk hebben we dit keer mazzel en gaan we de walvissen ook echt zien!

dinsdag 2 september 2014

Vakantie

Vulkaan San Pedro
Dinsdag 26 augustus begint onze vakantie. Rond 9 uur nemen we afscheid van Marieke en stappen we bij Jacco in de auto. Hij zal ons de komende dagen meenemen "on tour" door (een gedeelte van) Guatemala.
In een uurtje rijden we naar Lago Atitlán, een groot meer omringd door vulkanen. We bezoeken diverse dorpjes aan het meer: Sololá, Panajachel, Santa Catarina en San Antonio. De dorpjes zijn niet toeristisch en hebben elk een eigen sfeer met huizen die tegen de berg opgebouwd zijn en smalle straatjes en steegjes. Ieder dorp heeft zijn eigen klederdracht met specifieke kleuren en patronen en een typerende hoofdtooi of haardracht. Je kunt dus direct zien of iemand uit het betreffende dorp is of uit één van de omliggende plaatsjes komt.



In de middag parkeren we de auto en nemen we een bootje naar Santa Cruz waar we een leuk hostel aan het meer nemen. Aan het eind van de dag genieten we, vanuit een luie stoel, van het mooie uitzicht op de vulkanen Atitlán en Toliman die schuin achter elkaar liggen en de alleenstaande perfecte kegel van de vulkaan San Pedro.

Lago Atitlán
De volgende ochtend nemen we een bootje naar de overkant van het meer, naar de dorpjes Santiago en San Pedro, die aan de voet van de verschillende vulkanen liggen. Beide dorpjes hebben weer hun eigen karakteristieke sfeer en klederdracht.


Jacco vertelt ons dat het waterniveau van het meer de afgelopen jaren flink gestegen is en de gevolgen daarvan kunnen we duidelijk zien. In alle dorpjes zien we huizen, straten en tuinen die inmiddels onder water staan en veel mensen die dichtbij het meer wonen zijn muren aan het bouwen om het oprukkende water tegen te houden.




´s Middags bezoeken we de ruïnes van Iximche, de hoofdstad van de Kaqchikel Maya's van 1470 tot 1524. Omdat Iximche geregeerd werd door vier verschillende leiders, afkomstig van de vier belangrijkste Kaqchikel stammen, zijn er meerdere tempels, paleizen, pleinen en speelvelden terug te vinden. Het is een vrij onbekende maar interessante archeologische plek die nauwelijks door toeristen maar veel door de lokale bevolking bezocht wordt.



We sluiten de dag af in Antigua waar we overnachten en de volgende ochtend een rondwandeling maken.
Antigua, de naam zegt het al, is de oude stad, het vroegere Guatemala-Stad. De kern is geheel in oude stijl gehouden, met kinderkopjes op de weg, ouderwetse straatlantaarns, rustieke poortjes en huizen met prachtige binnenplaatsjes. Tussendoor vind je door de stad verspreid restanten van eeuwenoude muren, gebouwen en kerken. Overal vanuit de stad heb je zicht op de omliggende vulkanen Agua, Fuego en Acatenango.





De middag gebruiken we om naar het noorden te rijden. We overnachten in het stadje Cobán en de volgende ochtend moeten we nog zo'n 65 km verder naar Semuc Champey, waarvan de laatste 30 km een smal, onverhard pad is. In het natuurreservaat klimmen we ongeveer 1 km door een regenwoud naar een mirador waar we mooi uitzicht hebben op de turquoise gekleurde poelen die tussen de steile bergwanden boven de Cahabón rivier liggen.



We dalen langs de andere kant, via steile trappen en loopbruggen, weer af naar de rivier waar we even lekker kunnen afkoelen in de voornoemde poelen.
´s Avonds nemen we onze intrek in een eco-lodge die midden in de jungle aan de Cahabón rivier ligt.



En dan is de laatste dag alweer aangebroken. In vijf kwartier hotsebotsen we over het onverharde keienpad weer naar de bewoonde wereld en in de daarop volgende zes uur, inclusief lunch-stop, rijdt Jacco ons terug naar Guatemala-Stad waar hij ons naar een leuk hotel vlakbij het vliegveld brengt. Tijd om afscheid te nemen van Jacco en Guatemala. We hebben genoten van dit mooie, kleurrijke land, dat absoluut een vakantie waard is!


De reis naar huis verloopt voorspoedig maar we zijn een beetje ongerust voor onze thuiskomst. De avond voor we terug vliegen, kunnen we namelijk heel even gebruik maken van iemands computer en lezen we een mailtje van de eigenaar van ons huis: er is de nacht ervoor bij ons ingebroken en hij heeft geconstateerd dat in ieder geval de gastank weg is...
Tijdens de reis halen we ons allemaal spookbeelden in het hoofd van wat we bij thuiskomst zullen aantreffen of, veel vervelender, wat we niet meer zullen aantreffen. Eenmaal bij het huis kunnen we geen sporen van braak ontdekken en alle deuren zitten nog gewoon op slot maar de gastank naast het fornuis is inderdaad verdwenen. In eerste instantie lijkt het erop dat dat het enige is, maar in de loop van de volgende dag ontdekken we steeds meer kleine dingen die missen. Onze inbrekers blijken rare snuiters. Zo missen we een flesje deodorant uit de badkamer. De paraplu uit de rommelkamer. Een pot pindakaas en wat blikjes soep uit de keuken. De deksel van de pot drop is los maar blijkbaar vonden ze de dropjes er niet lekker uitzien, want die zijn er nog.
Het enige wat ik echt vervelend vind is dat ze het kettinkje en de oorbellen die ik van mijn ouders gekregen heb toen ik naar Panama vertrok, hebben meegenomen. En dan hebben ze uit de slaapkamer nog een usb-lader meegenomen, wat op zich niet zo vervelend is, ware het niet dat het kabeltje van mijn I-pod eraan zat. Maar dat probleem is al opgelost want Chris heeft nog een kabeltje over...


zondag 24 augustus 2014

Kleurrijk Xela

De werkvakantie zit er alweer bijna op. Het werkgedeelte dan, want morgenmiddag komt Marieke weer thuis. De drie weken zijn echt omgevlogen want zoals jullie hebben kunnen lezen, is het in een guesthouse nooit saai.


Velen hebben gereageerd op de foto's van het mooie huis en de stad en sommige vroegen zich zelfs af of we niet hier zouden willen blijven. Maar nee... hoewel we het erg leuk vinden om een tijdje in een heel andere omgeving te zijn, gaan we straks weer graag terug naar ons eiland. De stad is ons toch een beetje te druk en te luidruchtig met de vele auto's die al toeterend en uitlaatgassen spuwend kriskras rondrijden. We hebben hier echt weer moeten leren om op de stoep te lopen en niet zomaar over te steken! We missen de rust en de jungle, onze hangmatten en vooral ons weidse uitzicht.


En we missen de warmte. Want hier is het (vooral voor Roberto) koud! We zitten tenslotte in de bergen (op 2300 meter) en overdag, als de zon schijnt, kun je wel met een T-shirt en korte broek buiten lopen, maar zodra de zon verdwijnt en ook 's ochtends vroeg en aan het eind van de middag, koelt het behoorlijk af. We hebben dan ook ál onze warme kleding die we in Panama bezitten meegenomen. Dat is dus welgeteld voor elk van ons: 1 lange broek, 1 blouse met lange mouwen en 1 dunne fleece trui! Overbodig te zeggen dat elk item intensief gebruikt wordt...


Maar dit alles neemt niet weg dat we wel heel erg genieten van onze tijd in Xela. Want er zijn hier toch een heleboel dingen die we op Bastimentos niet hebben of veel moeilijker aan kunnen komen. Zo genieten we met volle teugen van de (in onze ogen) overvloed aan vers fruit, verse groente en vers vlees. Iedere dag gaan we naar de mercado op de hoek waar al dit verse spul te kust en te keur wordt aangeboden. De afgelopen week hebben we zelfs een keer verse garnalen op de kop getikt, die we, gebakken in de olie en knoflook, heerlijk hebben zitten oppeuzelen samen met onze vriend de Amerikaan (je weet wel, die van de wijn en dop pinda's.... ja hij is er nog steeds!)


En de supermarkt aan het einde van de straat is (in onze ogen) zó groot en heeft zóveel te bieden, dat het iedere keer weer moeilijk is te beslissen wat we nu weer zullen eten. Daar komt nog bij dat het over het algemeen hier een stuk goedkoper is, dus boodschappen doen is een feest.


Bovendien blijft Xela een heel kleurrijke stad, waar de Guatemalteken in hun bonte klederdracht en optochten en parades het dagelijks leven kleuren.


O ja, en Xela is ook bekend van de vele taalscholen waar mensen van over de hele wereld naartoe komen om Spaans te leren. Daar heb ik de laatste week dus ook maar gebruik van gemaakt. Want ondanks dat we al jaren in Panama wonen, is mijn Spaans nog steeds meer dan magertjes. De mensen op Bastimentos spreken namelijk hun eigen taal, Guari-Guari, een oud engels afstammend van Jamaica, en daarom heb ik mijn Spaans nooit echt op de rit gekregen. Dus de afgelopen week heb ik iedere middag 3 uur Spaanse les gehad van een heel vriendelijke Guatemalteekse. De conversaties in Spaans gaan nog steeds niet vloeiend maar het is een stap in de goeie richting. En omdat onze Amerikaan het zo leuk vond dat ik aan het leren was, kreeg ik van hem zijn leerboeken inclusief CD's zodat ik thuis verder kan studeren.


We vermaken ons dus prima en zoals gezegd, het werkgedeelte zit er bijna op maar we hebben nog een stukje vakantie tegoed. Vanaf dinsdag gaan we nog een aantal dagen met Jacco op stap om een stukje meer van dit prachtige land te ontdekken.

zondag 17 augustus 2014

Guesthouse in Xela


Quetzaltenango, in de Maya-taal Xelajú genoemd en in de volksmond weer afgekort tot Xela, is de twee-na-grootste stad van Guatemala maar heeft niet de uitstraling van een grote stad. De huizen zijn gebouwd in een koloniale stijl en er zijn meerdere parken en pleinen waar de Guatemalteken bijeen komen. Hun kleurige klederdracht en de vele kleine marktjes en stalletjes geven de stad een authentieke sfeer. 






In voorloop op Dia de Independencia (15 september), zijn er regelmatig optochten en processies die door het hele centrum trekken en dus ook bij ons langs de deur komen. Het geeft een prachtig beeld van de cultuur en folklore in Guatemala.





Casa Renaissance (www.casarenaissance.com) is een prachtig guesthouse in een mooi half art-deco, half koloniaal pand. De kamers zijn groot en gezellig gedecoreerd met inheemse kleden. Met onze ervaring went het werk in het guesthouse heel snel en de dagelijkse routine zit er alweer helemaal in. Mensen ontvangen, inschrijven, rondleiden. Kamers, badkamers, keuken schoonmaken. Beddengoed en handdoeken wassen, drogen en opruimen.

 
Casa Renaissance
Maar het leukste van het werk is en blijft de gasten die bij je verblijven, want ieder guesthouse krijgt ze in alle soorten en maten. Aardige mensen, interessante mensen, aparte mensen en mensen waar je geen hoogte van kan krijgen.

Zo hebben we al een tijdje een jonge vrouw in huis die ik inmiddels Vieze Lieze heb gedoopt, naar het liedje van Robert Long uit de jaren zeventig. Ze is slungelig en verlegen, heeft een hoog piepstemmetje, slist helaas ook nog en heeft altijd een wolk van goedkope zeeplucht om haar heen hangen. Ze was hier begin augustus voor een paar dagen en zou halverwege de maand nog een paar dagen terug komen maar ze komt al veel eerder. Helaas hebben we niet voor de hele periode een kamer vrij, dus ze blijft een paar dagen, gaat daarna voor 2 dagen weg en komt dan weer terug. Ze maakt uitgebreid gebruik van de gemeenschappelijke keuken en krijgt het in één van de eerste dagen al voor elkaar om met het broodrooster de rookmelder te activeren. 
In de twee dagen dat ze ergens anders verblijft, staat ze de tweede ochtend ineens huilend bij ons op de stoep: er is ingebroken in haar kamer in het andere hostel! Ze is behoorlijk van slag dus we geven haar een glaasje water en wat troostende woorden. Ze is helemaal gelukkig dat ze vanaf de volgende dag weer bij ons in kan trekken, maar als ze in de keuken bezig is, houd ik altijd wel een oogje in het zeil. Ze presteert het namelijk regelmatig om een pannetje op het vuur te zetten en daarna even de deur uit te gaan (waarschijnlijk om nog wat ingrediënten te kopen) of gewoon met d'r oortelefoontjes in op bed te gaan lezen.

De patio

We hebben ook zat leuke gasten op bezoek. Een man uit België die al jaren in Xela op vakantie komt, altijd in Casa Renaissance verblijft en iedere dag een gezellig babbeltje komt maken. Een Amerikaan die ook langere tijd bij ons verblijft, regelmatig in zijn kamer zit te werken en aan het eind van de middag altijd bij ons op de patio komt zitten met een glas wijn en een zak dop pinda's. En een Canadees die een sigaretje komt roken en waarmee we, samen met de Amerikaan, in een heel interessante discussie verwikkeld raken over landen, culturen en politiek.


Alleen kamer 1 bezorgt ons wat kopzorg. Het eerste stel (zij uit Hong Kong en hij uit Ierland) dat daar verblijft is nogal apart. Ze blijven dagen op hun kamer en als we ze al door de gang zien sluipen en ze vriendelijk gedag zeggen, kijken ze verschrikt op alsof we ze ergens op betrapt hebben. Eén avond hebben ze een enorme ruzie en moeten we op de deur kloppen om te vragen of ze het geschreeuw iets kunnen temperen omdat er meer gasten zijn. De ochtend dat ze weggaan, ontdekken we op het vloerkleed in de kamer een vieze smurrie. Ze bekennen dat ze thee gemorst hebben maar ze hebben niet de moeite genomen om het schoon te maken of het ons te melden. Terwijl ze hun spullen inpakken, blijven we een beetje in de buurt. Met de ervaring die we inmiddels als hoteliers hebben, voorvoelen we al dat dit mensen zijn die de sleutel gaan vergeten terug te geven. Op het moment dat Roberto ernaar vraagt, wijzen ze allebei naar de tafel waar de TV op staat, maar daar ligt niks. Ze beweren beiden de sleutel niet te hebben en beginnen direct weer te bekvechten. Roberto springt ertussen en vraagt of ze hun zakken willen controleren en wat komt er uit de broekzak van de Hong Kongse... (je mag nooit meer raden).

Onze volgende gast in kamer 1 is een Amerikaanse vrouw die één nacht blijft. Ze komt laat in de ochtend aan en vertelt ons dat ze die middag met de chickenbus naar de Fuentes gaat. De volgende dag wil ze via Chichi naar Antigua en ze vraagt ons of we misschien een shuttle kunnen regelen voor haar. Ze gaat 's middags op pad en we zien haar niet meer terug. De volgende dag, als we rond tien uur nog steeds geen teken van leven horen, kloppen we op de deur. Geen reactie. We openen de kamer. Al haar spullen liggen er nog maar het bed is onbeslapen. Met het lot van Kris en Lisanne nog veel te vers in ons geheugen, besluiten we de toeristenpolitie te bellen. De politie is snel ter plaatse en neemt het voorval serieus op. Maar terwijl zij nog bezig zijn om alle gegevens op te nemen, komt de Amerikaanse plotseling vrolijk binnen lopen! Ze was bij vrienden van haar ouders gebleven... De politie kan gelukkig onverrichter zake weer vertrekken, maar de Amerikaanse is zich rot geschrokken en verontschuldigt zich wel duizend maal. Ze vindt het erg lief van ons dat we zo bezorgd waren en aan het eind van de dag komt ze een flesje rode wijn brengen als dank. (de fles wijn nuttigen we de volgende dag samen met de gezellige Amerikaan op de patio.)


Kamer 1 is diezelfde dag weer geboekt door twee Duitse zussen en de middag en avond verlopen gezegend kalm. Maar 's nachts om half twaalf worden we uit bed gebeld. Eén van de zussen is ziek, of er ergens een ziekenhuis is. Gelukkig zit er eentje schuin tegenover het guesthouse en Roberto loopt eventjes met ze mee. Het blijkt een ernstige buikgriep te zijn. De volgende ochtend kunnen ze wat medicijnen bij de apotheek halen en ze blijven een dagje langer om uit te zieken.

Wat is dat toch met die kamer 1?! 
Voor over 2 dagen hebben we een reservering in kamer 1 staan, maar ik denk dat we die voor de zekerheid maar in een andere kamer plaatsen!