zondag 20 maart 2016

Op kamers


Na ruim 6 weken in Marij's huis gelogeerd te hebben verhuizen we 15 maart naar onze volgende woonplek voor nog nader te bepalen tijd. We gaan "op kamers".
De ruimte die we gehuurd hebben is eigenlijk niet meer dan een hotelkamer: een kamer met een bed, een tafeltje en twee stoelen, een klein koelkastje en een badkamer. Hier zullen we (minimaal) het komende half jaar wonen. Op termijn hopen we namelijk Marij's huis te kunnen huren, maar wanneer dat kan is afhankelijk van de bouw van haar nieuwe huis, dus dat is even afwachten.


Voorlopig proberen we van onze kamer zoveel mogelijk een thuis te maken. In principe zijn we van alle basisbehoeften voorzien alleen opbergruimte ontbreekt helaas, dus onze koffers doen dienst als kledingkast (één voor Roberto, de ander voor mijn spullen). Het is een beetje kamperen in eigen huis, maar, zoals jullie op de foto's kunnen zien, ziet het er allemaal keurig netjes en schoon uit en we hebben een prachtige veranda waar we 's avonds heerlijk kunnen bijkomen van onze dag.


De oplettende observant die de foto van de badkamer bestudeert, zal het misschien opvallen dat het toilet geen stortbak heeft. Dat klopt, het toilet wordt "handmatig" doorgespoeld. De grote groene emmer is gevuld met water en met het handemmertje dat ernaast staat, spoel je de wc door. Dit is voor Indonesische (Flores) maatstaf al behoorlijk luxe want de meeste toiletten zijn hier nog "hurk-toiletten" (je weet wel, die ze vroeger in Frankrijk hadden).


En we hebben geen keuken. Op ons verzoek heeft de eigenaar een kleine koelkast in de kamer gezet zodat we wat ontbijt-spulletjes kunnen bewaren en natuurlijk onze broodnodige gekoelde drankjes, maar koken kunnen we niet. Ook dat is in Indonesië niet zo vreemd. We hebben gehoord dat ook voor gezinswoningen het lang niet altijd gebruikelijk is dat deze zijn uitgerust met een keuken.
Iedereen eet hier eigenlijk altijd buiten de deur. Overal zijn stalletjes, kraampjes en warungs (kleine lokale restaurantjes) waar je voor weinig geld een ontbijtje, lunch of avondmaaltijd kunt kopen (veel rijst en mie met kip, vis, tofu of ei). Men had ons al van tevoren verteld dat het hier goedkoper is om bij de lokale tentjes te eten dan om zelf te koken en dat klopt. Toen we bij Marij logeerden hebben we een paar keer zelf gekookt maar dat is zeker niet goedkoper. Tenzij je in de toeristische, westers georiënteerde restaurants gaat eten natuurlijk want die zijn, hoewel nog steeds niet echt duur, in verhouding wel prijzig.


We wonen zo'n 4 km buiten het centrum en voor ons dagelijks vervoer schaffen we het nationale vervoersmiddel aan. Na de helmen, doen we dus wederom (dit keer een echte) diepte-investering en we kopen een eigen brommertje: een Honda Vario 150 PGM-F1, met maar liefst 15 paardenkrachten onder de zitting... Voor hier een prima vervoersmiddel, want hij brengt ons overal waar we wezen willen en we kunnen er ook nog het één en ander op meenemen. Ideaal dus. (Nou ja, behalve dan als je, zoals gisteren, door een tropische stortbui wordt overvallen...)


woensdag 24 februari 2016

Een beetje hetzelfde, maar toch ook anders


Langzaamaan beginnen we onze draai te vinden. Dat gaat wat sneller dan toen we de eerste keer naar Panama gingen, want heel veel dingen zijn toch vergelijkbaar en dat went dus makkelijk.
Het klimaat is ongeveer gelijk aan dat van Bastimentos, gemiddeld rond de 30 graden en (nu in het regenseizoen) af en toe fikse stortbuien. Hoewel ik soms denk dat de luchtvochtigheid hier iets minder is, want de fris gewassen kleding in de kast gaat niet muf ruiken.
Het straatbeeld is vergelijkbaar met Bocas met kraampjes, marktjes en kleine winkeltjes-van-Sinkel, maar ook hier en daar een grotere supermarkt.
De mensen zijn bijzonder vriendelijk en behulpzaam en er heerst eenzelfde relaxte "mañana" sfeer, die ze hier geloof ik "pelan-pelan" noemen (betekent letterlijk: langzaam).


Maar er zijn ook wel wat verschillen. Waar je in Panama gewoon "goeie morgen" of "hi" groet en vraagt hoe het met iemand gaat, is de cultuur in Indonesië toch socialer. De mensen groeten elkaar veel uitgebreider en vooral op de duikschool gaat dat gepaard met ingewikkelde, populaire 'hand-shakes' en omhelzingen. En aan het eind van de dag als je naar huis gaat, zeg je ook weer iedereen uitgebreid gedag (inclusief handen-schudden en omhelzingen) en bedank je voor zijn/haar werk van die dag.


Ook "zaken" gaan veel minder zakelijk. Bij aanvang wordt er eerst minimaal twintig minuten over koetjes en kalfjes gepraat en pas dan komt het eigenlijke onderwerp van gesprek aan de orde. Daar wordt dan een kwartiertje over gebabbeld om daarna weer een sociaal praatje te hebben over familie of het weer. Af en toe kan het ook een moment stilvallen waarbij iedereen dan blijkbaar even z'n gedachten op een rijtje zet.

Nou ja, dit laatste was in Panama eigenlijk ook wel het geval. In het hostel en de duikschool deden we niet anders dan uitgebreid met iedereen kletsen over van alles en nog wat.
Het verschil is dat we hier, na ruim 6 jaar, weer (bij gebrek aan een beter woord) in 'loondienst' zijn. En het blijkt, dat dan onbewust de Hollandse werkethiek weer de kop op steekt: 'je moet jezelf wel waarmaken'. Vooral Rob met zijn directe benadering en zijn handen-uit-de-mouwen-mentaliteit ging direct met iedereen aan de slag... Dat was dus niet de bedoeling. En zeg nou zelf. De reden waarom we het leven in deze landen zo prettig vinden is juist dat alles niet zo hectisch en snel hoeft. Dus op het moment dat we daarop gewezen worden, valt het kwartje gelukkig weer.


Maar goed, het blijft een andere cultuur en het is af en toe toch wennen. Zo heb ik gemerkt dat de Indonesiërs een negatieve vraag met 'ja' beantwoorden, wat (voor ons) heel verwarrend kan zijn.
Een voorbeeldje. Ik moest in het hotel in een bepaalde kamer zijn om iets na te kijken. Ik had de sleutel meegekregen maar toen ik voor de deur stond kwam er net een kamermeisje uit. Ik wist dat de kamer bewoond was, dus ik vraag even of de gasten aanwezig zijn (dan kan ik later terugkomen).
Ik: "No people in the room?"
Zij: "Yes" (inclusief vriendelijke glimlach en hoofdknik)
Ik: "Oh, the people are in?"
Zij: "No" (met nog steeds een glimlach en zelfde hoofdknik)
Nu ga ik twijfelen. Zijn er nu wel of geen gasten aanwezig?
Ik: (wijzend op de kamer) "No people?"
Zij: "Yes"
Ik: "Or yes people?"
Zij: "No"
Deze keer schudt ze haar hoofd (waarschijnlijk om mijn onnozelheid) en voegt ze toe: "No people".
Hoewel ik nu redelijk zeker ben dat er geen mensen aanwezig zijn, klop ik voor de zekerheid toch eerst maar even op de deur voordat ik naar binnen ga...


Maar het is niet alleen maar werk natuurlijk. Onze vrije dagen plannen we steevast met een ontdekkingstochtje in de buurt, maar helaas beslist het lot regelmatig anders.
De eerste vrije dag moesten we met Roberto naar het ziekenhuis en vandaag werd ons ontdekkingsreisje sterk verkort dankzij een lekke band. Gelukkig waren we nog niet heel ver weg en konden we met de brommer terug lopen naar het centrum waar een bandenplakker de band vakkundig en (jawel) snel repareerde. Klaar-terwijl-u-wacht!



maandag 8 februari 2016

De Tuf-Tuf-Club

We logeren inmiddels in het huis van Marij en passen op Zoebel, haar hond. Het huis staat net iets buiten het centrum dus het is erg handig dat we ook van haar brommer gebruik mogen maken. Daar hebben we wel een helm voor nodig, dus we hebben maar meteen onze eerste "diepte-investering" gedaan.
Aan aanbod geen gebrek, maar al gauw blijkt de aanschaf van een passende helm nog een opgaaf. De meeste helmen lijken namelijk maar in één maat beschikbaar, onder het mom "one size fits all", maar die waarheid gaat bij mij niet op. Het is dus even zoeken en vooral veel passen om een helm te vinden die niet 360 graden rond m'n hoofd draait of op m'n neus zakt zodra ik naar beneden kijk. Uiteindelijk vind ik een modelletje dat redelijk past: een flitsende rooie. Rob heeft minder moeite met de maat en kiest een gezapig tweekleurig beige doppie met het ambitieuze logo Harley Davidson (mocht'ie willen).


Sinds een weekje tuffen we dus dagelijks op de scooter door Labuan Bajo. Stel je even voor: Roberto voorop met de computer tas over zijn schouder op zijn rug dragend (handig als het regent want dan wordt'ie minder nat). Ik achterop met mijn rugzak om en de computer-tas op schoot tussen ons in. En Zoebel (die gewend is om op de brommer mee te rijden) op het treeplankje tussen Rob's benen. Als we boodschappen gedaan hebben en terug naar huis rijden hebben we er nog een linnen schoudertas bij en vaak ook nog een extra plastic tas aan de hand. (Ik weet niet waarom maar om de één of andere reden moet ik, als we zo rondrijden, altijd denken aan Meneer en Mevrouw de Bok...)
Het lijkt misschien heel wat maar het is nog niets vergeleken bij de hoeveelheid handelswaar of het aantal familieleden die de lokale bevolking hier af en toe op hun brommertje vervoeren.

Vandaag hebben we een dagje vrij en waren we van plan het stadje wat beter te gaan ontdekken. Helaas loopt het anders. Afgelopen zaterdag wordt Rob wakker met een vreemde open wond op zijn linker onderbeen. Het lijkt op een insectenbeet die is gaan ontsteken maar na twee dagen is het alleen maar groter geworden en heeft hij er nog twee andere bij gekregen.
Het eerste wat we dus gaan ontdekken deze ochtend is het ziekenhuisje. Er is geen dokter (want het blijkt een feestdag te zijn, tw. Chinees Nieuwjaar) maar de verpleegkundige constateert direct dat het geïnfecteerd is. Wat het is of waar het vandaan komt, lijkt niemand te weten maar ze maken het in ieder geval grondig en pijnlijk schoon en Roberto krijgt een arsenaal aan antibiotica (pillen en creme), vitaminetabletten, desinfecterende vloeistof en verbandmiddelen mee.


Siësta op de markt
's Middags klimmen we op de brommer om door het stadje te cruisen maar we komen niet echt ver want Roberto heeft nu toch wel veel pijn aan zijn been. We ontdekken nog wel de lokale markt en besluiten daar nog even overheen te lopen. Daarna keren we terug naar huis en doen het rustig aan. Onze ontdekkingsreis moet maar tot de volgende vrije dag wachten.

De vis-afdeling


zaterdag 30 januari 2016

We zijn er!

De zonsondergangen zijn prachtig
We zijn nu al ruim twee weken in Indonesië, dus hoog tijd voor een blog!

Na vertrek uit Nederland op 13 januari, arriveren we op 14 januari op Bali waar we een dag blijven om een beetje te acclimatiseren, geld te wisselen en een internetmodem te kopen. Na het geld wisselen zijn we direct miljonair. 15.000 rupiahs zijn ongeveer 1 euro, dus met zo'n 70 euro op zak ben je al miljonair ;-)
De dag erna (16 januari) vliegen we naar Labuan Bajo waar Marij (de eigenaar van de duikshop) ons van het vliegveld ophaalt en ons laat kennismaken met de duikshop en het stadje. Op zondag ontmoeten we ook Graham, de eigenaar van het hotel waar ik ga helpen.
Graham moet de dag erna voor twee weken naar Nieuw Zeeland maar er zijn toch al een paar dingen die ik voor hem kan doen en zijn manager kan me een beetje op weg helpen dus iedere ochtend loop ik naar het hotel. Het is een wandeling van slechts tien minuten, maar met een pittig klimmetje van gemiddeld 25% en de tropische temperaturen moet ik, tegen de tijd dat ik er ben, eerst een kwartiertje 'uitwasemen'. Mijn werkplek is het restaurant met een prachtig uitzicht op de baai en een lekker briesje...

Kantoor met uitzich
In de middag loop ik terug naar de duikshop waar Roberto al eerder in de ochtend begonnen is. De eerste weken worden we intensief ingewerkt want Marij gaat begin februari voor ruim een maand weg. Gedurende deze maand wordt er niet gedoken omdat het weer en daarmee ook de zee-condities nogal heftig kunnen zijn.
Maar dat betekent niet dat er geen werk is, want in deze periode moeten alle twee de boten in het dok voor groot onderhoud en ook alle (duik)materialen moeten geserviced, opgeknapt of vervangen worden. En dat moet uiteraard allemaal gecoördineerd worden, een job die vooral op Rob's schouders zal rusten. Marij en hij zijn dan ook druk bezig om alles zo goed mogelijk voor te bereiden zodat Rob straks weet wie, wat, waar en wanneer moet doen en hoe hij alles kan monitoren.
Zowel in het hotel als in de duikshop zijn de mensen heel aardig en behulpzaam maar, net zoals dat in Panama was, is ook hier de samenwerking met de lokale mensen af en toe een uitdaging... (omwille van de lengte en leesbaarheid van het verhaal, parkeer ik dit onderwerp heel even, maar het zal ongetwijfeld een keer in een toekomstig blog aan de orde komen).

Verder zijn we op zoek gegaan naar een plaats om te wonen. De eerste paar weken hebben we in een hotel gezeten en als Marij weg is, mogen we in haar huis verblijven, maar begin maart zullen we een woonruimte moeten hebben. In ieder geval voor het eerste halfjaar want daarna is Marij haar nieuwe huis waarschijnlijk klaar en dan zouden wij haar huis misschien kunnen huren.
We vragen dus een beetje rond bij deze en gene en Silvester, de manager van het hotel, kent wel iemand. Aangezien alles en iedereen zich hier op brommertjes verplaatst, lenen we er één er rijden met de manager naar het huis. Het is eigenlijk een grote kamer met badkamer maar wel netjes en als ze het willen inrichten met een bed, tafel, stoelen en een koelkastje (dat is hier blijkbaar niet zo gebruikelijk) voldoet het voorlopig. Twee dagen later krijgen we een telefoontje dat ze dat wel willen doen, dus of we even langs kunnen komen. We lenen weer een brommertje en rijden er naartoe. Althans, we dachten dat we het nog wel konden vinden, maar de straatjes blijken toch allemaal erg op elkaar te lijken en we verdwalen dus hopeloos. Gelukkig heb ik Silvester's telefoonnummer en hij komt ons redden en pikt ons op een herkenbaar punt op om ons te begeleiden naar het huis waar hij ons ook nog als tolk-vertaler bijstaat om de deal te sluiten. Het lijkt er dus op dat we onderdak hebben begin maart.

Toen we op Bali waren hoorden we al mensen praten over het feit dat het regenseizoen, dat allang had moeten beginnen, maar op zich liet wachten. En inderdaad, de eerste dagen dat we in Labuan Bajo zijn, is het nog prachtig weer. Rond 22 januari krijgen we aan het eind van de middag de eerste tropische stortbui op ons kop en daarna wordt het weer iedere dag een beetje slechter. Nu zijn de dagen zwaar bewolkt en vallen er regelmatig fikse buien.

Het regenseizoen is begonnen
Al met al zijn we al aardig gewend. Het stadje is wat drukker dan Bocas maar dat wisten we en daar hebben we bewust voor gekozen. Het klimaat en de sfeer is redelijk vergelijkbaar met Panama. Het enige wat absoluut anders is en nog wel wat gewenning vergt, is de imam die meerdere keren per dag vanaf het dak van de moskee aan het jeremiëren is... te beginnen 's morgens om half vijf...

woensdag 6 januari 2016

Holland marathon

Het afscheid op Bastimentos is best emotioneel. De warme woorden en omhelzingen bewijzen dat we na zes jaar volledig ingeburgerd zijn en we zijn er trots op de eervolle titel Basti-people te mogen dragen. We moeten beloven ooit nog een keertje terug te komen. Als we vanuit het kleine vliegtuig een laatste blik op het ons zo vertrouwde dorp werpen, slikken we allebei een traantje weg.

Met Kerst weer allemaal bij elkaar, dat moet vastgelegd worden!
De reis naar Nederland die, inclusief een beetje tijdsverschil, twee dagen overspant is vermoeiend en we hebben onszelf weinig ruimte gegeven om uit te rusten. Zodra we voet op de (gelukkig niet zo heel erg) koude bodem van Holland zetten, beginnen we namelijk min of meer een marathon van regelen, bezoeken en inslaan. Mentaal hebben we dan ook ons verblijf in Nederland in etappes ingedeeld.

Kerst, natuurlijk lekker samen eten
De eerste paar dagen zijn ingepland om noodzakelijke dingen te regelen. Pasfoto's maken, visum aanvragen, de nodige vervangende (duik)materialen kopen en verschillende interviews geven.
Daarna begint onze "Brabant Tour 2015" waar we weer heerlijk met alle vrienden en kennissen kunnen bijkletsen.
De feestdagen zijn voor de familie en het is geweldig om, voor het eerst na zes jaar, weer eens met de hele familie Kerst te vieren!

En na 6 jaar ook maar weer eens op de foto met broer en zus
Tussendoor zijn we alle dagen druk met bezoekjes. Ooms en tantes, nichten en neven, vrienden en kennissen. Het is ontzettend leuk om iedereen weer te zien maar eerlijk is eerlijk, na bijna drie weken begint de duurloop ons een beetje op te breken.
Gelukkig hebben we ook nog een beetje "zelf-tijd" ingepland. Op dit moment genieten we van een weekje relaxen in een vakantiepark in Noordwijkerhout. Hier kunnen we (naast toch nog wat bezoekjes en culturele uitstapjes) lekker uitwaaien en ons in alle rust gaan voorbereiden op de volgende etappe: Indonesië!

vrijdag 11 december 2015

Bye Bye Basti...


Toen ik in het vorige blog schreef over de "laatste-keer-fase" was onze niet-bijster-intelligente computer zo bijdehand om te denken dat dat ook voor hem gold. De volgende dag hield hij er acuut me op! Nou is het sowieso een maandagmorgen-exemplaar want al 3 maanden na aanschaf in februari (2015!) begeeft een deel van het toetsenbord het (gelukkig kunnen we ons behelpen met het touchscreen toetsenbord) en niet lang daarna houden 2 van de 3 USB-uitgangen het voor gezien...
Dit keer blijkt een deel van de C-schijf te zijn gecrasht maar gelukkig weet onze digiwiz Chris er weer een beetje leven in te blazen en met een half geamputeerde C-schijf kunnen we toch weer aan de slag. Helaas is de victorie van korte duur want twee weken later vindt de laptop het tijd om dan maar de hele C-schijf op te blazen. Chris probeert hem nog op te lappen met een donor-schijf uit een andere computer maar het is wel duidelijk dat deze PC geen lang leven beschoren is.
Toevallig komt ons ter ore dat een winkel in Panama Stad een verkeerde batch laptops heeft ontvangen (met Windows 7 en alleen Engelstalig) die voor een weggeefprijsje verkocht worden. Bovendien zijn we er inmiddels achter hoe we, voor niet al te veel kosten, iets vanuit Panama Stad naar Bocas kunnen laten sturen, dus we schaffen voor de tweede keer dit jaar een nieuwe laptop aan (nummer 4 sinds we in Panama zijn - Grrrr...).


Ondertussen beginnen we met het huis opruimen. Langzaamaan verkopen we wat spulletjes, maar de meeste dingen zijn niet van grote waarde dus die besluiten we weg te geven tijdens ons feestje. Want op zondag 29 november houden we een klein afscheidsfeestje bij de Sea Monkey. De opkomst is groot, zowel locals als expats, de hapjes en drankjes zijn lekker en het wordt een gezellige middag.


Inmiddels zijn we in de laatste week beland en het huis wordt leger en leger. Twee van de drie koffers zijn al ingepakt en hebben we op het vliegtuig naar Panama Stad gezet, want als we volgende week met 3 grote koffers op het vliegveld van Bocas staan, lopen we het risico dat niet alles in één keer mee kan.


Hoewel ik me van tevoren had afgevraagd hoe we alles weer mee zouden krijgen, valt dat reuze mee. Het blijkt allemaal makkelijk in de 3 koffers te passen. En dat terwijl we, toen we naar Panama vertrokken niet alleen 3 grote koffers bij ons hadden, maar ook nog zo naïef waren geweest om vanuit Nederland 2 dozen per post te versturen, die respectievelijk pas na 4 en 6 maanden arriveerden...
Dozen van Panama naar Indonesië versturen lijkt ons dan ook geen goed idee, maar het blijkt niet nodig want dit keer past het allemaal met gemak in de koffers. Dat doet me toch wel even overpeinzen. Als je niet beter wist zou je denken dat we er 'armer' op geworden zijn, terwijl het tegendeel waar is. Maar goed beschouwd is het wel logisch: ervaringen en herinneringen hoef je nu eenmaal niet in koffers te pakken...


En dan nu de laatste loodjes. Begin volgende week wordt de inhoud van de keuken opgehaald en dinsdag slapen we een laatste nachtje in Bocas want woensdagochtend vroeg begint de lange reis naar Nederland waar we donderdagavond 17 december aankomen.

Bye bye Bastimentos, bedankt voor alle belevenissen!


vrijdag 6 november 2015

Laatste-keer-fase

Na het blog van vorige keer dachten we het druk te krijgen. We moeten immers, net als zes jaar geleden in Nederland, ons leven hier opzeggen en alles wat we niet meenemen, verkopen of weggeven en we herinneren ons maar al te goed hoeveel voeten dat toen in aarde had.
Maar het blijkt eigenlijk reuze mee te vallen. Zes jaar geleden hadden we een grote twee-onder-een-kap vol met een-leven-lang-verzamelde spullen die we in de loop van maanden allemaal van de hand gedaan hebben. Nu zitten we in een klein houten huis ter grootte van onze vroegere zolder en hoewel we hier in de loop der jaren ook wel weer wat dingen vergaard hebben, is het niet te vergelijken met ons voorgaande arsenaal aan 'bezit'. Bovendien blijken de meeste spullen toch vooral nuttige benodigdheden te zijn die we min of meer dagelijks gebruiken en daar kunnen we ons pas op het laatste moment van ontdoen. Voorlopig kunnen we dus nog rustig in onze hangmat blijven hangen.


Wel gaan we direct wat praktische zaken regelen voor onze reis naar Indonesië. We boeken de tickets van Nederland naar Bali, evenals de binnenlandse vlucht van Bali naar Labuan Bajo. Op aanraden van onze nieuwe werkgever houden we een dagje 'stop-over' in Bali. Handig om te acclimatiseren en er zullen tegen die tijd best wel wat dingen zijn die we daar nog willen aanschaffen.


Ook nemen we contact op met de Indonesische ambassade in Nederland want we moeten straks een 60-dagen-visum aanvragen en we zijn maar korte tijd (en ook nog eens rond te feestdagen) in Nederland om dat te regelen. Dat is lastiger dan gedacht. Zowel op het contactformulier via hun website als op rechtstreeks verzonden emails wordt niet gereageerd.
Dan maar bellen. Dat kan op werkdagen tussen 14.00 en 15.00 uur Nederlandse tijd. Dus om 07.00 uur 's morgens Panamese tijd sta ik met een internationale telefoonkaart bij de publieke telefoon op het plein, de enige manier voor ons om naar het buitenland te bellen. De verbinding is abominabel en de dame is dankzij een sterk Indonesisch accent moeilijk te verstaan. Maar ze is bijzonder vriendelijk en geduldig legt ze in stukjes en beetjes herhaalde informatie uit dat we het visum via de website kunnen aanvragen en dat we dan in december nog wel naar de ambassade in Den Haag moeten komen om de nodige documenten te overleggen. En ja, omdat het vlak voor de feestdagen is, lijkt het haar verstandig om daarvoor een afspraak te maken. Op mijn vraag of ze die afspraak dan wil vastleggen, reageert ze enigszin verontwaardigd: "Nee mefrau... het is október!" Met andere woorden, bel begin december nog maar eens terug...


Met alle belangrijke zaken geregeld of op de onvermijdelijke nog-te-doen-lijst rollen we intussen in de "laatste-keer-fase" want nu we weten dat we straks Bastimentos voorgoed gaan verlaten, realiseren we ons bij een heleboel dingen dat het voor de laatste keer is...
Zo gaan we voor de laatste keer naar David (ik kwakkel al maanden met een hardnekkig medisch ongemak) en gaan we voor het laatst naar het ziekenhuis, eten we voor de laatste keer in ons favoriete restaurantje en drinken we een laatste borrel in onze 'stamkroeg'.
Met mijn verjaardag gaan we voor de laatste keer heerlijk bij Guari-Gauri eten en nemen we afscheid van Ossie en Monica.
En deze week maken we voor de laatste keer de nationale feestdagen van Panama mee met de inmiddels zeer vertrouwde, vrolijke en kleurrijke parades (zoals je ziet, ik kan het niet laten... voor de laatste keer toch weer een paar foto's gemaakt).


We gaan de komende tijd nog even genieten van meer laatste-keren en volgend jaar gaan we die met veel plezier vervangen door ongetwijfeld nog veel meer eerste-keren... We kijken ernaar uit!

woensdag 14 oktober 2015

Nieuw avontuur

Tja, zo gebeurt er tijden niets en zo zit je ineens weer in een achtbaan van gebeurtenissen. We zijn de afgelopen maanden namelijk niet alleen druk bezig geweest met (de publicatie van) mijn boek... tromgeroffel... de spanning stijgt...

Degenen die dit blog regelmatig lezen, hebben wel gemerkt dat dit jaar anders gelopen is dan we in gedachte hadden. Na onze sabbatical in 2014 was het namelijk de bedoeling dat we weer een beetje aan het werk zouden gaan. Er moet tenslotte gewoon weer geld in het laatje komen om van te leven. We hadden onze hoop gevestigd op de nieuwe eigenaren van Scuba 6 Eco Diving maar die lieten ons, nadat we eerst een aantal maanden braaf hadden gewacht totdat ze eindelijk open gingen, mooi zitten. Daarna is Roberto voor een duikschool in Bocas gaan werken en ben ik ook op zoek gegaan naar een baantje, maar de realiteit is dat het dit jaar een heel stuk rustiger is met toeristen dan voorgaande jaren. Het zal een nasleep zijn van de financiële crisis en debet zijn aan de slechte euro/dollar koers maar iedereen klaagt hier steen en been. Sterker nog, deze zomer hebben twee (de grootste) van de vijf duikscholen in Bocas hun deuren gesloten.

Langzaamaan beginnen we ons te realiseren dat onze houdbaarheidsdatum op Bastimentos zijn einde nadert... We gaan ons dus maar eens beraden op alternatieven. We zijn tenslotte niet aan Bastimentos gebonden. De grootste stap hebben we immers zes jaar geleden al gezet toen we alles in Nederland opzegden voor de grote sprong in het duister richting Panama. Nu is de wereld onze achtertuin en ligt voor ons open... We verbreden onze horizon en gaan op zoek naar een nieuwe uitdaging, die we vinden in... Indonesië!

In januari, na onze vakantie in Nederland, vliegen we niet terug naar Panama, maar zetten we koers naar de andere kant van de wereld: Labuan Bajo, op het indonesische eiland Flores. Daar gaan we als 'management couple' werken in een duikcentrum dat eigendom is van een Nederlandse dame. En omdat er wordt voorzien dat het voor mij geen fulltime baan zal zijn, ga ik (hoogst waarschijnlijk) ook nog wat werk verrichten voor een hotel.

We gaan een nieuw stukje van de wereld ontdekken! Hoewel het gebied ons altijd heeft getrokken, zijn we nog nooit in Indonesië geweest. Het moet er fantastisch mooi zijn (zowel onder als boven water) en we hebben er ontzettend veel zin in.

Het betekent wel dat we ineens weer in die achtbaan zitten. Want we moeten nu hier de boel opzeggen en straks met ons hele hebben en houwen naar Nederland vertrekken (ben benieuwd of het nog steeds in drie koffers past), maar daarover lezen jullie ongetwijfeld later meer.

Daarnaast gaan de activiteiten rond 'Bloedzee' ook nog steeds door. Waar en voor zover mogelijk vanuit het verre Panama probeer ik het boek te promoten. Er zijn al een achttal hele mooie reviews verschenen op de website van Boekscout (dank, dank, dank) en ik ben met een paar instanties in gesprek. Zo wordt er gewerkt aan een mogelijk interview per Skype met Stadskrant Veghel en misschien een presentatie bij de bibliotheek in de regio Boskoop. Ook staat er in december (als we in Nederland zijn) een interview gepland met het Brabants Dagblad en ben ik in contact met een Boskoopse boekhandel om in die periode een 'persmoment' te houden in hun winkel. We zullen zien...

Afgelopen zaterdag mijn exemplaar ontvangen, dus ja... dan moet je even voorlezen uit eigen werk

vrijdag 25 september 2015

Bloedzee


Daar is'ie dan!
De afgelopen weken hebben geheel in het teken gestaan van mijn boek. Want nu het uitgegeven gaat worden, moeten de laatste puntjes op de i gezet worden.

We beginnen direct met het manuscript nog een keer helemaal door te nemen om de laatste foutjes eruit te halen. Nou ja, laatste foutjes... Zowel Roberto als ik halen er nog behoorlijk wat dingen uit. Punten, komma's, koppeltekens, foute spelling, verkeerde vervoegingen, noem maar op. We discussiëren ook over zinnen die niet lekker lopen en over dingen in de verhaallijn die net niet helemaal lijken te kloppen. Het is nu tenslotte de laatste kans om het nog aan te passen.

Daarnaast gaan we op zoek naar een geschikte foto voor de cover en moet ik de teksten schrijven die op de achterkant van het boek en op de website van Boekscout komen te staan.

En dan is er nog het commerciële gedeelte waarover nagedacht moet worden, want het boek moet natuurlijk straks wel 'aan de man gebracht worden'.

Gelukkig helpt de uitgeverij Boekscout in alle aspecten mee. Ze staan me met raad en daad bij en voorzien me van heel veel informatie. Van websites waar ik de officiële regels van de Nederlandse taal nog eens kan nazoeken tot het verzorgen van een promotiemailing op de dag dat het boek verschijnt.
Voor dat laatste moet ik wel de e-mailadressen aanleveren en het blijkt dat promotiemailings en commerciële berichten aan bedrijven allemaal aan strenge wettelijke regels gebonden zijn. Ik moet dus de nodige adressen opzoeken en berichten versturen om eerst toestemming te vragen.

En tussen dit alles door zijn we nog steeds druk bezig met het manuscript. Want als ik de correcties en aanpassingen erin heb gezet en de overige teksten klaar heb, gaat alles naar Boekscout. Zij maken er een productiedocument van en sturen mij vervolgens de drukproeven ter controle retour.
Nu zien we voor het eerst hoe de cover en het boek er echt komen uit te zien. We kunnen het gaan controleren op indeling, opmaak, witregels, foute afbrekingen en typefouten. Maar zowel Roberto als ik lezen het ook nog een keer helemaal door en halen er, onafhankelijk van elkaar, toch nog een aantal fouten uit. En dat nadat het inmiddels al zoveel keer en door zoveel verschillende mensen is doorgenomen... Onvoorstelbaar!

Naarmate de deadline nadert, sta ik 's morgens steeds vroeger op want dankzij het tijdsverschil van 7 uur is de werkdag in Nederland al bijna om, op het moment dat ik m'n bed uitkom en ik wil zo snel mogelijk de nieuwe drukproeven doornemen om te zien of er nog iets aangepast moet worden. Zo gaat dat een paar dagen over en weer en dan, op woensdagmiddag (23 september), geef ik op de laatste versie eindelijk mijn akkoord.
Daarna val ik in een gat. Het is definitief... ik heb het uit handen gegeven. Het voelt een beetje als toneelspelen (iets wat we jaren als hobby gedaan hebben). Het is ontzettend leuk om ermee bezig te zijn en om iets te creëren, maar op het 'moment suprême' (de voorstelling, of in dit geval, de publicatie) is het dóódeng!

En vandaag is dé dag: het boek is verschenen!
Het eerste exemplaar is naar me onderweg, maar aangezien de post naar ons eilandje er al gauw een week of 3 over doet,  bevind ik me in de vreemde situatie dat de familie en vrienden in Nederland mijn boek eerder in handen zullen hebben dan ik...

Maak van die unieke kans gebruik en bestel nu!: Klik hier voor meer informatie over mijn boek

Ondanks dat het af en toe redelijk intens was, heb ik het ontzettend leuk gevonden om het hele proces van een boek schrijven en publiceren mee te maken. Ik kan nu alleen maar hopen dat de mensen het boek met net zoveel plezier lezen.

maandag 31 augustus 2015

Boek!

Jullie hebben de afgelopen tijd regelmatig gelezen dat het erg rustig is en dat we weinig te doen hebben. Dat klopt... maar het wil niet zeggen dat ik de hele sabbatical heb stil gezeten.
Zoals jullie je misschien nog herinneren was ik begonnen met het schrijven van een boek en ik ben de afgelopen anderhalf jaar druk bezig geweest om dat af te maken. Ik vond het zeker niet makkelijk en heb regelmatig met mijn handen in het haar gezeten, maar met de onvermoeibare hulp en aanmoediging van Roberto is het me uiteindelijk toch gelukt.

Maar een boek is pas echt een boek als het ook uitgegeven wordt. Dus, aangemoedigd door een aantal mensen die me met de eerste versie van het manuscript geholpen hebben, ga ik op zoek naar een uitgever. Dat is niet eenvoudig want ik ben natuurlijk een compleet onbekende auteur en je schijnt tegenwoordig als schrijver sowieso niet veel te kunnen verdienen (tenzij je J.K. Rowling heet). Maar goed, ik heb het boek niet geschreven om er rijk van te worden, het gaat om de eer.

Gelukkig bestaat er in dit digitale tijdperk een nieuwe vorm van uitgeven: "printing-on-demand". Boeken kunnen tegenwoordig per stuk geprint worden en dat betekent dat de uitgeverij geen dure voorraden hoeft te houden. Het boek wordt pas geprint als het besteld en betaald is. Deze nieuwe vorm biedt onbekende auteurs, zoals ondergetekende, de mogelijkheid om hun werk te publiceren. Ik heb mijn manuscript dan ook naar zo'n printing-on-demand uitgeverij gestuurd (Boekscout) en die wil mijn boek uitgeven!

Dus, met blijdschap geven wij u kennis van de geboorte van mijn boek: Bloedzee.

Daar hebben we afgelopen vrijdag, na de ondertekening van het contract, maar een glaasje bubbels opgenomen.


Omdat ik een Onbekende Debutante ben, vraagt de uitgeverij wel mijn medewerking bij de promotie van het boek. De doelgroep die in eerste instantie mijn boek zal willen lezen, is immers mijn directe omgeving. Ik moet dus een lijst met emailadressen aanleveren van mensen die mogelijk geïnteresseerd zijn in mijn boek, zodat de uitgeverij hen kan informeren als het boek gepubliceerd is.
Die adressen mag ik overigens niet zomaar geven want als de uitgever ongevraagde mails verstuurd, maakt hij zich schuldig aan het verspreiden van spam. Ik moet dus van iedereen vooraf schriftelijk toestemming vragen of hun emailadres eenmalig voor een mailing gebruikt mag worden. Dus, familie, vrienden en kennissen: jullie kunnen binnenkort een email van me verwachten...

Weet je niet zeker of je emailadres bij mij bekend is en wil je wel op de hoogte gebracht worden op het moment dat het boek verschijnt, laat me dan even je emailadres weten, dan kan ik je de toestemmingsmail sturen.

En dan nu nog even een tipje van de sluier oplichten. Bloedzee is een thriller en speelt zich af in het Caribische Bocas del Toro...

zaterdag 22 augustus 2015

Kippepraat

Het is stil. Roberto heeft begin juni nog een Open Water cursus gedraaid maar sindsdien heeft hij geen werk meer gehad. Er zijn ook heel weinig toeristen op het moment. Normaal gesproken zijn de zomermaanden altijd druk met vakantiegangers uit Europa maar die zijn dit jaar verdacht afwezig. Waarschijnlijk een gevolg van de gekelderde euro en dus dure dollar. Ook het weer zit tegen want we hebben al máánden slecht weer. Ik kan me niet herinneren dat we eerder zó lang zóveel regen hebben gehad. Wat de reden er ook van is, we hebben het rustig dus we loungen lekker in het landelijke leventje hier.

Van de week gingen we weer eens naar Bocas voor de wat grotere boodschappen. Terwijl we de trap afkomen hoor ik onder het huis (dat op palen staat) een hoog gepiep. Als we een paar uur later thuis komen, hoor ik het weer. Ergens onder ons huis zitten jonkies en als ik me niet vergis zijn het kuikens. Kippen en hanen zijn hier namelijk te kust en te keur en ik zie regelmatig een parmantige kloek met een half dozijn van die piepende pluizebolletjes in haar kielzog in het veld rond ons huis stappen dus ik herken een kuikentje als ik hem hoor.

Overigens, ondanks dat de dieren hier vrij rondlopen, zijn ze altijd iemands eigendom. Ieder gezin heeft hier wel een paar kippen en een haan. Voor de eieren, voor het vlees en voor het vertier. Hanengevechten zijn hier namelijk erg populair, vooral bij de mannen die er fikse weddenschappen op afsluiten. Soms zelfs in officiële wedstrijden waarbij de hanen ook nog mesjes aan hun poten hebben. Een gruwelijk schouwspel wat in deze cultuur helaas nog geheel geaccepteerd is.

Punt is dat de kippen en hanen in de vrije natuur rondlopen en dan gaat er wel eens iets mis. Zo heb ik een half jaartje geleden al een keer een kip van een gewisse dood gered.
Ik stond in de keuken en hoorde buiten plotseling een luid KAPÓÓK! gepaard gaande met een hoop rondfladderende veren. Toen ik naar buiten liep, zag ik een kip ondersteboven in het prikkeldraad van de tuin achter ons huis hangen, met haar nekvel vastgehaakt aan de bovenste draad en de poten om de onderste draad geklemd. Ze hing volledig roerloos en even dacht ik dat ze al dood was, totdat ik plotseling een kraaloog zag knipperen... En nee, ik was niet held genoeg om de kip zelf los te maken maar de te hulp geroepen buurman wist het dier gelukkig te bevrijden.

En nu hoor ik dus gepiep van een kuikentje dat zich blijkbaar al een halve dag niet heeft verplaatst. Op z'n minst vreemd (want waar is Mama Kip?) dus ik ga op onderzoek uit. Dat is lastiger dan gedacht want op het moment staat het onder ons huis vol met bouwmaterialen.
Dat moet ik even uitleggen. Eén van onze buren, Cisto, is bezig om een nieuw huis te bouwen hoger op de heuvel, ergens in de jungle achter ons. De bouwmaterialen die hij daarvoor nodig heeft, worden allemaal, stuk voor stuk, met de hand naar boven gesjouwd en omdat ons huis het laatste is dat op de route ligt, gebruikt hij de ruimte eronder om de spullen veilig en droog op te slaan. Het is er dus een chaos van stenen, golfplaten en zakken zand.

In die wanorde ga ik op zoek naar de oorsprong van het gepiep. Het vergt wat tijd maar ik vind het kuikentje uiteindelijk in een op zijn kant liggende steen (de stenen zijn namelijk niet massief maar hebben twee gaten in de zijkanten). Ik hoor ergens in de buurt nog een tweede piepen maar hoe ik ook zoek, die kan ik niet vinden.
Ik breng de overlevende naar Gloria, mijn buurvrouw. Zij hebben ook kippen en ik denk dat ze het kleintje daar wel bij kunnen zetten. Maar Gloria schudt direct haar hoofd. Blijkbaar is dit een afstammeling van de "vechtkip" en haar kippen zouden het ukkie niet verzorgen maar juist doden. Ze verwijst me naar de volgende buren en hoewel die in eerste instantie bedenkelijk kijken (het is een erg jong kuikentje en blijkbaar hebben ze geen moederkloek voorhanden), neemt de derde buurman het diertje in dank aan. Als ik hem vertel dat ik er nog eentje gehoord heb, komt hij direct zoeken en hij vindt het tweede kuikentje helemaal onderin een grote stapel stenen.

De volgende dag als we langs zijn huis lopen zien we hoe hij de kuikentjes met een soort maispapje voedert. Ze gaan het dus waarschijnlijk wel redden en hoewel ik aan die wattebolletjes absoluut niet kan zien of het jongetjes of meisjes zijn, hoop ik dat het geen vechthanen worden maar gezapige legkippen met een heel lang leven voor zich!

donderdag 23 juli 2015

Beestenboel


Eén van de dingen waar ik hier nog steeds het meest van geniet is het feit dat we voortdurend omringd zijn door dieren. We zien en vooral horen ze altijd en overal.

De nachtaapjes die over ons dak rennen. De kinkajou die op de electriciteitskabel balanceert. De oneindige variatie aan kleurrijke en muzikale vogels. De vlinders die voorbij fladderen. De miniscule pijlgifkikkertjes (niet groter dan een pinktopje) die je bijna nooit ziet maar wiens specifieke geluid je constant hoort. De pelikanen die met hun grote flappoten wat onhandig op een rotsblok zitten. De dolfijnen die we in de verte in de baai zien springen. Het groepje zwarte gieren dat ons vanuit de nabije palmboom wat sinister gadeslaat. Ik kan er geen genoeg van krijgen.


Maar als je in een jungle woont, ontkom je er niet aan dat er niet alleen een rijke fauna buiten je huis is, maar ook binnen. 
Zo had zich ooit een kleine schorpioen in mijn korte broek verschanst, die er gelukkig uitviel toen ik 's morgens de broek wilde aantrekken. En hebben we regelmatig de meest vreemdsoortige kruipende en/of vliegende insecten op bezoek. Een sprinkhaan in de vorm van een blad. Een tor met grote grijpkaken. 


Of 's nachts een verdwaalde vleermuis in de slaapkamer. De mieren die ze hier Cleaning Ants noemen en die af en toe met een leger van duizenden door je hele huis trekken en alles opruimen wat ze tegenkomen. En vorige week stond ik in de badkamer mijn tanden te poetsen toen ik vanuit mijn ooghoek achter het prullebakje een schoenveter zag bewegen... Bij nadere inspectie heeft het weliswaar de kleur en het patroon van een stevige bergschoenveter maar blijkt het een dunne, maar wel heel lange, slang te zijn.

Over het algemeen zetten we de ongenode huisgasten met zachte dwang weer buiten de deur. (Met uitzondering van de cleaning ants want dat leger is absoluut niet te stoppen. Bovendien vertrekken die na een uurtje of twee altijd weer uit zichzelf en is daarna je huis weer helemaal schoon.)


Het moge duidelijk zijn, als je in de jungle woont, moet je geen doetje zijn en na zes jaar kunnen we wel stellen dat we er weinig problemen mee hebben.

Toch heeft Rob het afgelopen jaar een gekkofobie ontwikkeld. In zijn geval betekent de fobie niet dat hij bang is voor gekko's. Integendeel. Gekko's zijn ontzettend leuke beestjes.
Het probleem met deze hagedisjes is dat ze niet bijster slim noch snel zijn. Ze kunnen minutenlang op een mot zitten azen en dan nog op twee haren na mishappen. En de gekko's zitten overal: op de muren, tegen het plafond én op de vloer. Daarbij komt dat Rob in huis altijd op blote voeten loopt.
Tel al die aspecten bij elkaar op en je hebt een gekkofobie: Rob is bang om op een gekko te stappen. Dat is hem namelijk in een onbewaakt ogenblik een keer gebeurd en de herinnering aan hoe hij, ongewild, het diertje als een gummi-beertje heeft geplet, doet hem gruwelen.


De symptomen van zijn fobie uiten zich als volgt: als hij van de bank of tafel opstaat, scant hij eerst de vloer en begint dan met zijn voet op de vloer te tikken in de richting van iedere gekko die zich binnen een straal van twee meter bevindt, om zo de komst van zijn grote blote voeten aan te kondigen. Tja, zoals vaker bij fobieën ziet het gedrag er voor de buitenstaander een beetje vreemd uit maar als je het verhaal erachter hoort, is het wel begrijpelijk.
Helaas, over de genezing van een dergelijke fobie is nog niets bekend...

maandag 15 juni 2015

Vooruitgang

Het bloggen wordt steeds lastiger want na zes jaar heb ik vaak het idee dat ik alles van ons leven hier al een keer beschreven heb. In principe klopt dat ook wel maar daarbij vergeet ik dat het leven geen status quo is en ook hier veranderen dingen. Weliswaar niet dramatisch, maar toch... Zo zijn we sinds gisteren een straatlantaarn rijker (zoals ik al zei: geen wereldschokkende veranderingen hier).

Gistermiddag (op zondag nota bene!) komt er een team van zes man sterk met een lange, aluminium elektriciteitpaal aansjouwen. De paal is ter vervanging van de oude verroeste treinrails die, in eerste instantie afkomstig van het spoor dat begin twintigste eeuw gebruikt werd voor het vervoer van de stoomtreintjes tussen de verschillende bananenplantages op Colón (zie mijn blog d.d. 27/10/2014), later decennia lang een tweede leven leidt als elektriciteitspaal.
De hoge aluminium paal (veel hoger dan de verroeste rails) wordt in de grond gezet en dan wordt er, tot onze verrassing, een grote straatlamp bovenop geplaatst. Vanaf nu staat ons huis dus niet meer in het donker. Een hele verbetering!

Het doet me terugdenken aan toen we, bijna vijf jaar geleden, hier voor het eerst kwamen wonen. (Ik zeg "voor het eerst" omdat we daarna weer op andere plekken gewoond hebben en sinds eind vorig jaar voor de tweede keer in dit huis zijn getrokken, maar dat weten jullie natuurlijk...)
Toen hebben we een filmpje gemaakt om ons nieuwe huis te laten zien en op die video loop ik met grote Ma-Flodder-laarzen door de modder om bij het huis te komen.
Het is misschien leuk om dat filmpje nog eens te bekijken: Ons huis

De moddersituatie verbeterde gelukkig een paar maanden later toen er een betegeld pad naar ons huis werd aangelegd (zie blog d.d. 11/02/2011) en we gewoon op onze teenslippers naar buiten konden.
Ook daar nog maar even de foto's van.



En nu is dat pad ook nog eens verlicht door een gloednieuwe straatlantaarn en hoeven we voortaan, als we er 's avonds op uittrekken, geen zaklantaarn meer mee te nemen om onze weg naar huis terug te vinden.

Ach, het zijn van die kleine dingen, maar al met al, zo over de jaren heen, is het toch een hele vooruitgang! :)

woensdag 20 mei 2015

Feria

Het weer is niet om over naar huis te schrijven, maar ik doe het toch. Al ruim twee weken hebben we regen, regen en nog eens regen. En dat is erg jammer want afgelopen weekend was de Feria de Bastimentos. De Feria is een festival van en voor de locals en ondanks de vele enorme hoosbuien loopt het hele dorp uit om de meest uiteenlopende activiteiten te zien.


Vrijdagavond wordt de Koningin van het Festival gekroond en daarna kan het feest beginnen. Op de pier is een groot podium gebouwd waar diverse optredens zullen plaatsvinden en verder staan er op het dok en in het park verschillende standjes met eten en drinken. Zoals altijd is de muziek vrolijk en ritmisch en het is echt onmogelijk voor de mensen hier om stil te blijven staan. De voeten stampen, de heupen wiegen, de handen klappen en het dok verandert in een opzwepende dansende, zingende massa.



De volgende dag geven we, als Bastimentos Clean & Green, ook acte de présence en laten we zien hoe je van lege flessen vuilnisbakken kunt maken.



Die middag zijn er ook bokswedstrijden, georganiseerd door de boksschool in Bocas,


Er is een cayuco-race waar de lokale indianen elkaar bestrijden.


En een optreden van onze eigen Lala, aka Lauren van de Firefly.


Maar het feest is nog niet voorbij want ook zondag is iedereen weer van de partij. Voor de kinderen is er een speelhoek met trampoline, luchtkasteel, suikerspinnen en popcorn, de volwassenen doen zich tegoed bij de eet-en-drink-stalletjes en de nooit afwezige muziek schalt door de enorme speakers.



Natuurlijk is er een tombola en de dag wordt afgesloten met de spectaculaire motorbootraces. Dit is waar iedereen op heeft gewacht.
Het duurt even voordat de race gecoördineerd is, maar als alle boten eindelijk aan dezelfde kant op één lijn liggen, kunnen ze van start. De vlag valt en.... nee, valse start... alle boten keren terug naar de startlijn. Dezelfde exercitie herhaalt zich nog zo'n drie à vier keer maar dan is de race toch echt begonnen. In het park gaan de mensen uit hun dak. Ze roepen, ze gillen, ze lachen en moedigen hun favoriet aan. De bootjes zijn klein en licht en vliegen (bijna letterlijk) over het water. De keerpunten in het circuit zijn het meest spectaculair want degene die,met de hoogste snelheid, de kortste bocht weet te maken, kan zomaar een plaatsje winnen. Het publiek vindt het geweldig en als de finishvlag valt voor de winnaar, gaat er een gigantisch gejuich op.



Maandag keert de rust weer terug. Het feest is voorbij. Dat kan niet gezegd worden van het weer, want het regent nog steeds. Terwijl ik dit schrijf, kijk ik naar het troosteloze uitzicht: zelfs de gieren in de palmboom zitten er moedeloos bij.


PS: De foto's zijn niet allemaal even scherp maar geven hopelijk wel een aardige indruk