woensdag 11 mei 2016

Kalme dienst


Ik merk dat ik hier veel minder vrij kan schrijven dan dat ik altijd gewend was. De Grote Boze Boeman (een zekere overheidsinstantie) houdt alle expats hier in een ijzeren greep, paranoia voert de boventoon en corruptie viert hoogtij. Zelfs als gewone toerist is het verkrijgen van het verplichte maandelijkse stempeltje iedere keer weer een hele happening.

Maar buiten dat terugkerende ritueel, wat gemiddeld 3 ochtenden per maand in beslag neemt, is het een kalme dienst. Roberto heeft een leuk projektje in de wacht gesleept waar hij al zijn ideeën, energie en voldoening in kwijt kan en wat door de betrokkenen zeer gewaardeerd wordt. Verder genieten we van het mooie weer, want het regenseizoen (wat dit jaar toch al niet zo heftig was) lijkt over.

Al met al, lekker relaxed...
Een middagje naar het strand...

of het zwembad...

Even afkoelen,

en natuurlijk lekker eten.

zaterdag 23 april 2016

Tochtje


Ondertussen in Indonesië... gaat het leven gewoon door. Ik ben de ochtenden onder de pannen in het hotel en Roberto vermaakt zich thuis, babbelt af en toe met de buren (onze Indonesische buurman heeft een Nederlandse vriendin die een paar dagen over is) en wordt op zondagochtend zelfs op de koffie gevraagd door onze huisbaas.


En we gaan eindelijk maar eens 'toeristje-spelen'. Dinsdag morgen stappen we op ons brommertje om de Cunca Wulang watervallen te gaan bezoeken. Het is een tochtje van 30 km landinwaarts over een, voor Flores standaard, redelijk goeie weg. In eerste instantie rijden we langs uitgestrekte groene velden, maar al snel nadat we Labuan Bajo achter ons hebben gelaten, wordt het bergachtiger met een rijke begroeiing van loof-, palm- en bananenbomen. Gestaag zigzaggen we naar boven vanwaar we een prachtig zicht hebben over het land en op de zee.


Na zo'n 26 km staat een klein bordje waar we moeten afslaan. Dit pad is (zelfs voor Flores maatstaf) een stuk minder en af en toe geheel afwezig, met alleen maar diepe moddersporen en verstrooide keien. In een slakkengangetje hotsebotsen we de laatste 4 km weer een heel stuk naar beneden.


Dan komen we aan bij een kruispunt met wat houten gebouwtjes waar de eerste de beste mensen die we tegenkomen uitgebreid staan te zwaaien en gebaren, terugwijzend in de richting waar we vandaan gekomen zijn. Eén van de houten gebouwtje blijkt het toeristenkantoortje te zijn, maar die is erg gesloten. Er hangt een brief in het Bahasa (Indonesisch) dat dateert van de dag ervoor.


De man die net al had staan zwaaien komt het pad aflopen en schudt driftig met zijn hoofd en handen. Hij is waarschijnlijk degene die het kantoortje normaal gesproken bemant en het is ons nu wel duidelijk dat het niet open is vandaag. De vrouw van het winkeltje aan de overkant van het kruispunt spreekt redelijk Engels en legt ons uit dat er een paar dagen geleden een ongeluk is gebeurd bij de watervallen. Twee Maleisische meisje die bij de waterval in het meer gesprongen zijn (dat is nl. de grote attractie van de waterval) zijn verdronken, evenals een lokale jongen die hen wilde redden... Dus, sinds gisteren, is er een verordening dat de watervallen te gevaarlijk zijn op het moment en niet bezocht mogen worden... Tja, het wil niet echt meezitten met onze toeristische uitstapjes hier!



Omdat we er nu toch zijn, maken we maar gewoon een ommetje rond het dorpje. Voor we het goed en wel door hebben, loopt er een jonge knul met ons mee die in gebrekkig Engels vertelt dat we niet naar de watervallen kunnen, maar dat hij ons wel kan rondleiden. Waarschijnlijk is het één van de gidsen die nu ook zonder werk zit, dus vooruit maar. We wandelen door het dorpje en de omliggende jungle. Naar de waterval gaan we dus niet, maar onze zelf-benoemde gids heeft op zijn telefoon nog wel een foto van hoe en waar er dan in het water gesprongen werd.


Na een uurtje hobbelen we het keienpad weer terug en slingeren we via de hoofdweg op ons gemakkie terug naar Labuan Bajo met onderweg nog wat leuke foto-stops.



vrijdag 15 april 2016

Einde oefening

Velen van jullie zullen zich de afgelopen maanden afgevraagd hebben waarom er zo weinig geblogd wordt. We zitten tenslotte in een nieuwe omgeving en jullie verwachten van mij de gebruikelijke uitgebreide verhalen over het leven, de natuur, de cultuur en andere aanverwante zaken in Indonesië. Helaas hebben we nauwelijks tijd gehad om veel van die ervaringen op te doen. Vanaf dag 1 dat we hier zijn aangekomen, zijn we druk geweest met werk.

De eerste twee en halve week zijn we zeer intensief ingewerkt omdat Marij daarna voor ruim 5 weken op vakantie zou gaan. Daarna werden we met kop en kont in het diepe gegooid tijdens de Dock periode, ruim een maand waarin niet alleen beide boten op het droge gingen om geheel opgeknapt en gerenoveerd te worden maar ook het kantoor en alle (duik)materialen onder handen genomen moesten worden. Dat was beslist niet eenvoudig maar hebben we wel tot een goed einde gebracht.
We waren dan ook best blij dat Marij, met een week vertraging, na 6 weken terug kwam, want we gingen ervan uit dat, met het duikseizoen inmiddels weer begonnen, de werkzaamheden zich een beetje zouden normaliseren.

Dan nog maar even een foto van "dicht-bij-huis"
Helaas,dan begint de ellende pas goed, want al heel snel blijkt dat er met de baas niet te werken valt. Hoewel het bedrijf al 10 jaar bestaat (en hoogstwaarschijnlijk altijd op dezelfde manier heeft gefunctioneerd) heeft ze nog steeds Utopiaanse ideeën over hoe de dingen zouden moeten werken en geeft ze die opdrachten alsof we dat gisteren al bedacht en uitgevoerd hadden moeten hebben. Maar als het vervolgens beslissingen of consequenties van haar kant verlangt, krabbelt ze terug of zwakt ze het af en ondermijnt daarmee de hele situatie.
En omdat het nooit gaat zoals zij het wil, stampt ze hele dagen als een briesend paard door het kantoor en communiceert ze in grauwen en snauwen, wat uiteraard erg bepalend is voor de sfeer. Als je dan werkdagen van gemiddeld 12 uur per dag maakt, is de lol er snel vanaf.

Uiteraard hebben we een paar keer geprobeerd hierover te praten, maar eigenlijk verandert er niets en de volgende dag zitten we weer met hetzelfde gemopper, geklaag en zure gezicht. Na een maand heeft ons dat zoveel negatieve energie gekost dat we ons realiseren dat dit nooit gaat werken en we besluiten op te stappen. We hebben nog een poging gedaan om op een leuke manier uit elkaar te gaan maar als ook dat niet lukt, kunnen we maar tot één conclusie komen: het is helemaal niet "goddelijk" bij Divine Diving...

Hoewel we nu wel met een probleem zitten (we moeten immers toch weer iets vinden om onze boterham mee te verdienen) valt er een last van onze schouders. Na een paar dagen ontlading gaan we ons nu maar weer op de toekomst richten.
De bezigheden in het hotel zijn ontzettend leuk en worden daarbij ook nog eens enorm gewaardeerd dus daar kan ik de ochtenden blijven. En verder gaan we weer op zoek. Als we hier iets kunnen vinden, is dat leuk maar de realiteit gebiedt ons om een ruimere blik te nemen. Eigenlijk zou rond deze tijd voor ons een verblijfs- en werkvergunning aangevraagd moeten worden. Maar aangezien het bedrijf dit aan moet vragen, gaat dat nu niet gebeuren (en voor mijn part-time functie is het ook niet echt aannemelijk om een vergunning aan te vragen). Ons sociaal visum kunnen we nog een paar maanden verlengen maar loopt begin juli af. Nou zijn er in dit soort landen altijd wel weer mazen in het net te vinden maar dat zal niet een lange termijn oplossing zijn.
Oftewel, back to the drawing board: we stellen ons weer beschikbaar op de wereld-arbeids-markt.

Tja Rob, welke toekomst ligt er aan de horizon?
En in de tussentijd moeten we er maar een beetje van genieten. Want hoewel we hier nu 3 maanden zitten, hebben we nog niets gezien van Flores, zijn we nog geen Komodo-varaan tegen gekomen en heb ik zelfs niet één keer gedoken (Rob is zowaar 1 dag mee geweest). En het zal ons toch niet gebeuren dat we straks hier alweer weg zijn, voordat we deze must-do's van ons lijstje afgestreept hebben...

zondag 20 maart 2016

Op kamers


Na ruim 6 weken in Marij's huis gelogeerd te hebben verhuizen we 15 maart naar onze volgende woonplek voor nog nader te bepalen tijd. We gaan "op kamers".
De ruimte die we gehuurd hebben is eigenlijk niet meer dan een hotelkamer: een kamer met een bed, een tafeltje en twee stoelen, een klein koelkastje en een badkamer. Hier zullen we (minimaal) het komende half jaar wonen. Op termijn hopen we namelijk Marij's huis te kunnen huren, maar wanneer dat kan is afhankelijk van de bouw van haar nieuwe huis, dus dat is even afwachten.


Voorlopig proberen we van onze kamer zoveel mogelijk een thuis te maken. In principe zijn we van alle basisbehoeften voorzien alleen opbergruimte ontbreekt helaas, dus onze koffers doen dienst als kledingkast (één voor Roberto, de ander voor mijn spullen). Het is een beetje kamperen in eigen huis, maar, zoals jullie op de foto's kunnen zien, ziet het er allemaal keurig netjes en schoon uit en we hebben een prachtige veranda waar we 's avonds heerlijk kunnen bijkomen van onze dag.


De oplettende observant die de foto van de badkamer bestudeert, zal het misschien opvallen dat het toilet geen stortbak heeft. Dat klopt, het toilet wordt "handmatig" doorgespoeld. De grote groene emmer is gevuld met water en met het handemmertje dat ernaast staat, spoel je de wc door. Dit is voor Indonesische (Flores) maatstaf al behoorlijk luxe want de meeste toiletten zijn hier nog "hurk-toiletten" (je weet wel, die ze vroeger in Frankrijk hadden).


En we hebben geen keuken. Op ons verzoek heeft de eigenaar een kleine koelkast in de kamer gezet zodat we wat ontbijt-spulletjes kunnen bewaren en natuurlijk onze broodnodige gekoelde drankjes, maar koken kunnen we niet. Ook dat is in Indonesië niet zo vreemd. We hebben gehoord dat ook voor gezinswoningen het lang niet altijd gebruikelijk is dat deze zijn uitgerust met een keuken.
Iedereen eet hier eigenlijk altijd buiten de deur. Overal zijn stalletjes, kraampjes en warungs (kleine lokale restaurantjes) waar je voor weinig geld een ontbijtje, lunch of avondmaaltijd kunt kopen (veel rijst en mie met kip, vis, tofu of ei). Men had ons al van tevoren verteld dat het hier goedkoper is om bij de lokale tentjes te eten dan om zelf te koken en dat klopt. Toen we bij Marij logeerden hebben we een paar keer zelf gekookt maar dat is zeker niet goedkoper. Tenzij je in de toeristische, westers georiënteerde restaurants gaat eten natuurlijk want die zijn, hoewel nog steeds niet echt duur, in verhouding wel prijzig.


We wonen zo'n 4 km buiten het centrum en voor ons dagelijks vervoer schaffen we het nationale vervoersmiddel aan. Na de helmen, doen we dus wederom (dit keer een echte) diepte-investering en we kopen een eigen brommertje: een Honda Vario 150 PGM-F1, met maar liefst 15 paardenkrachten onder de zitting... Voor hier een prima vervoersmiddel, want hij brengt ons overal waar we wezen willen en we kunnen er ook nog het één en ander op meenemen. Ideaal dus. (Nou ja, behalve dan als je, zoals gisteren, door een tropische stortbui wordt overvallen...)


woensdag 24 februari 2016

Een beetje hetzelfde, maar toch ook anders


Langzaamaan beginnen we onze draai te vinden. Dat gaat wat sneller dan toen we de eerste keer naar Panama gingen, want heel veel dingen zijn toch vergelijkbaar en dat went dus makkelijk.
Het klimaat is ongeveer gelijk aan dat van Bastimentos, gemiddeld rond de 30 graden en (nu in het regenseizoen) af en toe fikse stortbuien. Hoewel ik soms denk dat de luchtvochtigheid hier iets minder is, want de fris gewassen kleding in de kast gaat niet muf ruiken.
Het straatbeeld is vergelijkbaar met Bocas met kraampjes, marktjes en kleine winkeltjes-van-Sinkel, maar ook hier en daar een grotere supermarkt.
De mensen zijn bijzonder vriendelijk en behulpzaam en er heerst eenzelfde relaxte "mañana" sfeer, die ze hier geloof ik "pelan-pelan" noemen (betekent letterlijk: langzaam).


Maar er zijn ook wel wat verschillen. Waar je in Panama gewoon "goeie morgen" of "hi" groet en vraagt hoe het met iemand gaat, is de cultuur in Indonesië toch socialer. De mensen groeten elkaar veel uitgebreider en vooral op de duikschool gaat dat gepaard met ingewikkelde, populaire 'hand-shakes' en omhelzingen. En aan het eind van de dag als je naar huis gaat, zeg je ook weer iedereen uitgebreid gedag (inclusief handen-schudden en omhelzingen) en bedank je voor zijn/haar werk van die dag.


Ook "zaken" gaan veel minder zakelijk. Bij aanvang wordt er eerst minimaal twintig minuten over koetjes en kalfjes gepraat en pas dan komt het eigenlijke onderwerp van gesprek aan de orde. Daar wordt dan een kwartiertje over gebabbeld om daarna weer een sociaal praatje te hebben over familie of het weer. Af en toe kan het ook een moment stilvallen waarbij iedereen dan blijkbaar even z'n gedachten op een rijtje zet.

Nou ja, dit laatste was in Panama eigenlijk ook wel het geval. In het hostel en de duikschool deden we niet anders dan uitgebreid met iedereen kletsen over van alles en nog wat.
Het verschil is dat we hier, na ruim 6 jaar, weer (bij gebrek aan een beter woord) in 'loondienst' zijn. En het blijkt, dat dan onbewust de Hollandse werkethiek weer de kop op steekt: 'je moet jezelf wel waarmaken'. Vooral Rob met zijn directe benadering en zijn handen-uit-de-mouwen-mentaliteit ging direct met iedereen aan de slag... Dat was dus niet de bedoeling. En zeg nou zelf. De reden waarom we het leven in deze landen zo prettig vinden is juist dat alles niet zo hectisch en snel hoeft. Dus op het moment dat we daarop gewezen worden, valt het kwartje gelukkig weer.


Maar goed, het blijft een andere cultuur en het is af en toe toch wennen. Zo heb ik gemerkt dat de Indonesiërs een negatieve vraag met 'ja' beantwoorden, wat (voor ons) heel verwarrend kan zijn.
Een voorbeeldje. Ik moest in het hotel in een bepaalde kamer zijn om iets na te kijken. Ik had de sleutel meegekregen maar toen ik voor de deur stond kwam er net een kamermeisje uit. Ik wist dat de kamer bewoond was, dus ik vraag even of de gasten aanwezig zijn (dan kan ik later terugkomen).
Ik: "No people in the room?"
Zij: "Yes" (inclusief vriendelijke glimlach en hoofdknik)
Ik: "Oh, the people are in?"
Zij: "No" (met nog steeds een glimlach en zelfde hoofdknik)
Nu ga ik twijfelen. Zijn er nu wel of geen gasten aanwezig?
Ik: (wijzend op de kamer) "No people?"
Zij: "Yes"
Ik: "Or yes people?"
Zij: "No"
Deze keer schudt ze haar hoofd (waarschijnlijk om mijn onnozelheid) en voegt ze toe: "No people".
Hoewel ik nu redelijk zeker ben dat er geen mensen aanwezig zijn, klop ik voor de zekerheid toch eerst maar even op de deur voordat ik naar binnen ga...


Maar het is niet alleen maar werk natuurlijk. Onze vrije dagen plannen we steevast met een ontdekkingstochtje in de buurt, maar helaas beslist het lot regelmatig anders.
De eerste vrije dag moesten we met Roberto naar het ziekenhuis en vandaag werd ons ontdekkingsreisje sterk verkort dankzij een lekke band. Gelukkig waren we nog niet heel ver weg en konden we met de brommer terug lopen naar het centrum waar een bandenplakker de band vakkundig en (jawel) snel repareerde. Klaar-terwijl-u-wacht!



maandag 8 februari 2016

De Tuf-Tuf-Club

We logeren inmiddels in het huis van Marij en passen op Zoebel, haar hond. Het huis staat net iets buiten het centrum dus het is erg handig dat we ook van haar brommer gebruik mogen maken. Daar hebben we wel een helm voor nodig, dus we hebben maar meteen onze eerste "diepte-investering" gedaan.
Aan aanbod geen gebrek, maar al gauw blijkt de aanschaf van een passende helm nog een opgaaf. De meeste helmen lijken namelijk maar in één maat beschikbaar, onder het mom "one size fits all", maar die waarheid gaat bij mij niet op. Het is dus even zoeken en vooral veel passen om een helm te vinden die niet 360 graden rond m'n hoofd draait of op m'n neus zakt zodra ik naar beneden kijk. Uiteindelijk vind ik een modelletje dat redelijk past: een flitsende rooie. Rob heeft minder moeite met de maat en kiest een gezapig tweekleurig beige doppie met het ambitieuze logo Harley Davidson (mocht'ie willen).


Sinds een weekje tuffen we dus dagelijks op de scooter door Labuan Bajo. Stel je even voor: Roberto voorop met de computer tas over zijn schouder op zijn rug dragend (handig als het regent want dan wordt'ie minder nat). Ik achterop met mijn rugzak om en de computer-tas op schoot tussen ons in. En Zoebel (die gewend is om op de brommer mee te rijden) op het treeplankje tussen Rob's benen. Als we boodschappen gedaan hebben en terug naar huis rijden hebben we er nog een linnen schoudertas bij en vaak ook nog een extra plastic tas aan de hand. (Ik weet niet waarom maar om de één of andere reden moet ik, als we zo rondrijden, altijd denken aan Meneer en Mevrouw de Bok...)
Het lijkt misschien heel wat maar het is nog niets vergeleken bij de hoeveelheid handelswaar of het aantal familieleden die de lokale bevolking hier af en toe op hun brommertje vervoeren.

Vandaag hebben we een dagje vrij en waren we van plan het stadje wat beter te gaan ontdekken. Helaas loopt het anders. Afgelopen zaterdag wordt Rob wakker met een vreemde open wond op zijn linker onderbeen. Het lijkt op een insectenbeet die is gaan ontsteken maar na twee dagen is het alleen maar groter geworden en heeft hij er nog twee andere bij gekregen.
Het eerste wat we dus gaan ontdekken deze ochtend is het ziekenhuisje. Er is geen dokter (want het blijkt een feestdag te zijn, tw. Chinees Nieuwjaar) maar de verpleegkundige constateert direct dat het geïnfecteerd is. Wat het is of waar het vandaan komt, lijkt niemand te weten maar ze maken het in ieder geval grondig en pijnlijk schoon en Roberto krijgt een arsenaal aan antibiotica (pillen en creme), vitaminetabletten, desinfecterende vloeistof en verbandmiddelen mee.


Siësta op de markt
's Middags klimmen we op de brommer om door het stadje te cruisen maar we komen niet echt ver want Roberto heeft nu toch wel veel pijn aan zijn been. We ontdekken nog wel de lokale markt en besluiten daar nog even overheen te lopen. Daarna keren we terug naar huis en doen het rustig aan. Onze ontdekkingsreis moet maar tot de volgende vrije dag wachten.

De vis-afdeling


zaterdag 30 januari 2016

We zijn er!

De zonsondergangen zijn prachtig
We zijn nu al ruim twee weken in Indonesië, dus hoog tijd voor een blog!

Na vertrek uit Nederland op 13 januari, arriveren we op 14 januari op Bali waar we een dag blijven om een beetje te acclimatiseren, geld te wisselen en een internetmodem te kopen. Na het geld wisselen zijn we direct miljonair. 15.000 rupiahs zijn ongeveer 1 euro, dus met zo'n 70 euro op zak ben je al miljonair ;-)
De dag erna (16 januari) vliegen we naar Labuan Bajo waar Marij (de eigenaar van de duikshop) ons van het vliegveld ophaalt en ons laat kennismaken met de duikshop en het stadje. Op zondag ontmoeten we ook Graham, de eigenaar van het hotel waar ik ga helpen.
Graham moet de dag erna voor twee weken naar Nieuw Zeeland maar er zijn toch al een paar dingen die ik voor hem kan doen en zijn manager kan me een beetje op weg helpen dus iedere ochtend loop ik naar het hotel. Het is een wandeling van slechts tien minuten, maar met een pittig klimmetje van gemiddeld 25% en de tropische temperaturen moet ik, tegen de tijd dat ik er ben, eerst een kwartiertje 'uitwasemen'. Mijn werkplek is het restaurant met een prachtig uitzicht op de baai en een lekker briesje...

Kantoor met uitzich
In de middag loop ik terug naar de duikshop waar Roberto al eerder in de ochtend begonnen is. De eerste weken worden we intensief ingewerkt want Marij gaat begin februari voor ruim een maand weg. Gedurende deze maand wordt er niet gedoken omdat het weer en daarmee ook de zee-condities nogal heftig kunnen zijn.
Maar dat betekent niet dat er geen werk is, want in deze periode moeten alle twee de boten in het dok voor groot onderhoud en ook alle (duik)materialen moeten geserviced, opgeknapt of vervangen worden. En dat moet uiteraard allemaal gecoördineerd worden, een job die vooral op Rob's schouders zal rusten. Marij en hij zijn dan ook druk bezig om alles zo goed mogelijk voor te bereiden zodat Rob straks weet wie, wat, waar en wanneer moet doen en hoe hij alles kan monitoren.
Zowel in het hotel als in de duikshop zijn de mensen heel aardig en behulpzaam maar, net zoals dat in Panama was, is ook hier de samenwerking met de lokale mensen af en toe een uitdaging... (omwille van de lengte en leesbaarheid van het verhaal, parkeer ik dit onderwerp heel even, maar het zal ongetwijfeld een keer in een toekomstig blog aan de orde komen).

Verder zijn we op zoek gegaan naar een plaats om te wonen. De eerste paar weken hebben we in een hotel gezeten en als Marij weg is, mogen we in haar huis verblijven, maar begin maart zullen we een woonruimte moeten hebben. In ieder geval voor het eerste halfjaar want daarna is Marij haar nieuwe huis waarschijnlijk klaar en dan zouden wij haar huis misschien kunnen huren.
We vragen dus een beetje rond bij deze en gene en Silvester, de manager van het hotel, kent wel iemand. Aangezien alles en iedereen zich hier op brommertjes verplaatst, lenen we er één er rijden met de manager naar het huis. Het is eigenlijk een grote kamer met badkamer maar wel netjes en als ze het willen inrichten met een bed, tafel, stoelen en een koelkastje (dat is hier blijkbaar niet zo gebruikelijk) voldoet het voorlopig. Twee dagen later krijgen we een telefoontje dat ze dat wel willen doen, dus of we even langs kunnen komen. We lenen weer een brommertje en rijden er naartoe. Althans, we dachten dat we het nog wel konden vinden, maar de straatjes blijken toch allemaal erg op elkaar te lijken en we verdwalen dus hopeloos. Gelukkig heb ik Silvester's telefoonnummer en hij komt ons redden en pikt ons op een herkenbaar punt op om ons te begeleiden naar het huis waar hij ons ook nog als tolk-vertaler bijstaat om de deal te sluiten. Het lijkt er dus op dat we onderdak hebben begin maart.

Toen we op Bali waren hoorden we al mensen praten over het feit dat het regenseizoen, dat allang had moeten beginnen, maar op zich liet wachten. En inderdaad, de eerste dagen dat we in Labuan Bajo zijn, is het nog prachtig weer. Rond 22 januari krijgen we aan het eind van de middag de eerste tropische stortbui op ons kop en daarna wordt het weer iedere dag een beetje slechter. Nu zijn de dagen zwaar bewolkt en vallen er regelmatig fikse buien.

Het regenseizoen is begonnen
Al met al zijn we al aardig gewend. Het stadje is wat drukker dan Bocas maar dat wisten we en daar hebben we bewust voor gekozen. Het klimaat en de sfeer is redelijk vergelijkbaar met Panama. Het enige wat absoluut anders is en nog wel wat gewenning vergt, is de imam die meerdere keren per dag vanaf het dak van de moskee aan het jeremiëren is... te beginnen 's morgens om half vijf...

woensdag 6 januari 2016

Holland marathon

Het afscheid op Bastimentos is best emotioneel. De warme woorden en omhelzingen bewijzen dat we na zes jaar volledig ingeburgerd zijn en we zijn er trots op de eervolle titel Basti-people te mogen dragen. We moeten beloven ooit nog een keertje terug te komen. Als we vanuit het kleine vliegtuig een laatste blik op het ons zo vertrouwde dorp werpen, slikken we allebei een traantje weg.

Met Kerst weer allemaal bij elkaar, dat moet vastgelegd worden!
De reis naar Nederland die, inclusief een beetje tijdsverschil, twee dagen overspant is vermoeiend en we hebben onszelf weinig ruimte gegeven om uit te rusten. Zodra we voet op de (gelukkig niet zo heel erg) koude bodem van Holland zetten, beginnen we namelijk min of meer een marathon van regelen, bezoeken en inslaan. Mentaal hebben we dan ook ons verblijf in Nederland in etappes ingedeeld.

Kerst, natuurlijk lekker samen eten
De eerste paar dagen zijn ingepland om noodzakelijke dingen te regelen. Pasfoto's maken, visum aanvragen, de nodige vervangende (duik)materialen kopen en verschillende interviews geven.
Daarna begint onze "Brabant Tour 2015" waar we weer heerlijk met alle vrienden en kennissen kunnen bijkletsen.
De feestdagen zijn voor de familie en het is geweldig om, voor het eerst na zes jaar, weer eens met de hele familie Kerst te vieren!

En na 6 jaar ook maar weer eens op de foto met broer en zus
Tussendoor zijn we alle dagen druk met bezoekjes. Ooms en tantes, nichten en neven, vrienden en kennissen. Het is ontzettend leuk om iedereen weer te zien maar eerlijk is eerlijk, na bijna drie weken begint de duurloop ons een beetje op te breken.
Gelukkig hebben we ook nog een beetje "zelf-tijd" ingepland. Op dit moment genieten we van een weekje relaxen in een vakantiepark in Noordwijkerhout. Hier kunnen we (naast toch nog wat bezoekjes en culturele uitstapjes) lekker uitwaaien en ons in alle rust gaan voorbereiden op de volgende etappe: Indonesië!

vrijdag 11 december 2015

Bye Bye Basti...


Toen ik in het vorige blog schreef over de "laatste-keer-fase" was onze niet-bijster-intelligente computer zo bijdehand om te denken dat dat ook voor hem gold. De volgende dag hield hij er acuut me op! Nou is het sowieso een maandagmorgen-exemplaar want al 3 maanden na aanschaf in februari (2015!) begeeft een deel van het toetsenbord het (gelukkig kunnen we ons behelpen met het touchscreen toetsenbord) en niet lang daarna houden 2 van de 3 USB-uitgangen het voor gezien...
Dit keer blijkt een deel van de C-schijf te zijn gecrasht maar gelukkig weet onze digiwiz Chris er weer een beetje leven in te blazen en met een half geamputeerde C-schijf kunnen we toch weer aan de slag. Helaas is de victorie van korte duur want twee weken later vindt de laptop het tijd om dan maar de hele C-schijf op te blazen. Chris probeert hem nog op te lappen met een donor-schijf uit een andere computer maar het is wel duidelijk dat deze PC geen lang leven beschoren is.
Toevallig komt ons ter ore dat een winkel in Panama Stad een verkeerde batch laptops heeft ontvangen (met Windows 7 en alleen Engelstalig) die voor een weggeefprijsje verkocht worden. Bovendien zijn we er inmiddels achter hoe we, voor niet al te veel kosten, iets vanuit Panama Stad naar Bocas kunnen laten sturen, dus we schaffen voor de tweede keer dit jaar een nieuwe laptop aan (nummer 4 sinds we in Panama zijn - Grrrr...).


Ondertussen beginnen we met het huis opruimen. Langzaamaan verkopen we wat spulletjes, maar de meeste dingen zijn niet van grote waarde dus die besluiten we weg te geven tijdens ons feestje. Want op zondag 29 november houden we een klein afscheidsfeestje bij de Sea Monkey. De opkomst is groot, zowel locals als expats, de hapjes en drankjes zijn lekker en het wordt een gezellige middag.


Inmiddels zijn we in de laatste week beland en het huis wordt leger en leger. Twee van de drie koffers zijn al ingepakt en hebben we op het vliegtuig naar Panama Stad gezet, want als we volgende week met 3 grote koffers op het vliegveld van Bocas staan, lopen we het risico dat niet alles in één keer mee kan.


Hoewel ik me van tevoren had afgevraagd hoe we alles weer mee zouden krijgen, valt dat reuze mee. Het blijkt allemaal makkelijk in de 3 koffers te passen. En dat terwijl we, toen we naar Panama vertrokken niet alleen 3 grote koffers bij ons hadden, maar ook nog zo naïef waren geweest om vanuit Nederland 2 dozen per post te versturen, die respectievelijk pas na 4 en 6 maanden arriveerden...
Dozen van Panama naar Indonesië versturen lijkt ons dan ook geen goed idee, maar het blijkt niet nodig want dit keer past het allemaal met gemak in de koffers. Dat doet me toch wel even overpeinzen. Als je niet beter wist zou je denken dat we er 'armer' op geworden zijn, terwijl het tegendeel waar is. Maar goed beschouwd is het wel logisch: ervaringen en herinneringen hoef je nu eenmaal niet in koffers te pakken...


En dan nu de laatste loodjes. Begin volgende week wordt de inhoud van de keuken opgehaald en dinsdag slapen we een laatste nachtje in Bocas want woensdagochtend vroeg begint de lange reis naar Nederland waar we donderdagavond 17 december aankomen.

Bye bye Bastimentos, bedankt voor alle belevenissen!


vrijdag 6 november 2015

Laatste-keer-fase

Na het blog van vorige keer dachten we het druk te krijgen. We moeten immers, net als zes jaar geleden in Nederland, ons leven hier opzeggen en alles wat we niet meenemen, verkopen of weggeven en we herinneren ons maar al te goed hoeveel voeten dat toen in aarde had.
Maar het blijkt eigenlijk reuze mee te vallen. Zes jaar geleden hadden we een grote twee-onder-een-kap vol met een-leven-lang-verzamelde spullen die we in de loop van maanden allemaal van de hand gedaan hebben. Nu zitten we in een klein houten huis ter grootte van onze vroegere zolder en hoewel we hier in de loop der jaren ook wel weer wat dingen vergaard hebben, is het niet te vergelijken met ons voorgaande arsenaal aan 'bezit'. Bovendien blijken de meeste spullen toch vooral nuttige benodigdheden te zijn die we min of meer dagelijks gebruiken en daar kunnen we ons pas op het laatste moment van ontdoen. Voorlopig kunnen we dus nog rustig in onze hangmat blijven hangen.


Wel gaan we direct wat praktische zaken regelen voor onze reis naar Indonesië. We boeken de tickets van Nederland naar Bali, evenals de binnenlandse vlucht van Bali naar Labuan Bajo. Op aanraden van onze nieuwe werkgever houden we een dagje 'stop-over' in Bali. Handig om te acclimatiseren en er zullen tegen die tijd best wel wat dingen zijn die we daar nog willen aanschaffen.


Ook nemen we contact op met de Indonesische ambassade in Nederland want we moeten straks een 60-dagen-visum aanvragen en we zijn maar korte tijd (en ook nog eens rond te feestdagen) in Nederland om dat te regelen. Dat is lastiger dan gedacht. Zowel op het contactformulier via hun website als op rechtstreeks verzonden emails wordt niet gereageerd.
Dan maar bellen. Dat kan op werkdagen tussen 14.00 en 15.00 uur Nederlandse tijd. Dus om 07.00 uur 's morgens Panamese tijd sta ik met een internationale telefoonkaart bij de publieke telefoon op het plein, de enige manier voor ons om naar het buitenland te bellen. De verbinding is abominabel en de dame is dankzij een sterk Indonesisch accent moeilijk te verstaan. Maar ze is bijzonder vriendelijk en geduldig legt ze in stukjes en beetjes herhaalde informatie uit dat we het visum via de website kunnen aanvragen en dat we dan in december nog wel naar de ambassade in Den Haag moeten komen om de nodige documenten te overleggen. En ja, omdat het vlak voor de feestdagen is, lijkt het haar verstandig om daarvoor een afspraak te maken. Op mijn vraag of ze die afspraak dan wil vastleggen, reageert ze enigszin verontwaardigd: "Nee mefrau... het is október!" Met andere woorden, bel begin december nog maar eens terug...


Met alle belangrijke zaken geregeld of op de onvermijdelijke nog-te-doen-lijst rollen we intussen in de "laatste-keer-fase" want nu we weten dat we straks Bastimentos voorgoed gaan verlaten, realiseren we ons bij een heleboel dingen dat het voor de laatste keer is...
Zo gaan we voor de laatste keer naar David (ik kwakkel al maanden met een hardnekkig medisch ongemak) en gaan we voor het laatst naar het ziekenhuis, eten we voor de laatste keer in ons favoriete restaurantje en drinken we een laatste borrel in onze 'stamkroeg'.
Met mijn verjaardag gaan we voor de laatste keer heerlijk bij Guari-Gauri eten en nemen we afscheid van Ossie en Monica.
En deze week maken we voor de laatste keer de nationale feestdagen van Panama mee met de inmiddels zeer vertrouwde, vrolijke en kleurrijke parades (zoals je ziet, ik kan het niet laten... voor de laatste keer toch weer een paar foto's gemaakt).


We gaan de komende tijd nog even genieten van meer laatste-keren en volgend jaar gaan we die met veel plezier vervangen door ongetwijfeld nog veel meer eerste-keren... We kijken ernaar uit!