dinsdag 25 maart 2014

Van Venco drop tot Video-opnames

Afgelopen vrijdag had Chris weer eens een heel varken gekocht en hij belt ons om te vragen of we 's avonds op de barbecue komen.
Rond een uur of zes staan Roberto en ik dus op het dek van Tio Tom samen te kletsen als er uit één van de kamers een meisje komt die richting de hangmatten loopt. Ze kijkt ons op een manier aan waarvan ik denk "ze zou wel eens Nederlandse kunnen zijn". Even later komt uit dezelfde kamer een jongen stappen die ook naar de rancho loopt en dan heb ik geen enkele twijfel meer, het zijn absoluut Nederlanders. Mijn kennersblik zoemt namelijk direct in op iets dat half uit zijn broekzak steekt. En ook al is het rode logo maar half zichtbaar, als echte dropfanaat herken ik het direct: Venco!
Die kans kan ik niet voorbij laten gaan. Ik loop naar de rancho waar ze inmiddels allebei in een hangmat liggen en spreek ze aan. Ze kijken in eerste instantie nogal verbaasd maar op het moment dat ze horen dat we hier al bijna vijf jaar wonen en dat één van de weinige dingen die ik mis de oer-hollandse drop is, wordt de zak onmiddellijk open getrokken. En zoals dat gaat met Nederlanders in het buitenland, we raken aan de praat. Ze zijn al ruim vier maanden op reis door Latijns Amerika en hebben nog ongeveer 2 maanden te gaan. Hun dropvoorraad was al opgedroogd, maar toevallig was er een paar weken geleden familie op bezoek geweest en die hadden nieuwe aangevoerd. Ik had dus mazzel. Natuurlijk willen ze weten hoe wij in Panama terecht zijn gekomen en we kunnen ze heel veel toeristisch advies geven over Panama en Costa Rica. We kletsen gezellig onder het genot van diverse dropjes. Een onverwacht genoegen!

Tegen zevenen gaan de Nederlanders op zoek naar een restaurantje en helpen Roberto en ik de keukenploeg een beetje als we een Amerikaan ineens horen zeggen "Ja, ik dacht al dat ik jullie herkende, jullie zijn van de duikschool!" Wij herkennen hem ook, van gezicht dan want met de naam hebben we even hulp nodig. Het is iemand die vorig jaar in maart bij ons gedoken heeft en toen hebben we geanimeerde gesprekken gehad.


Natuurlijk kletsen we even bij en dan blijkt dat hij een privé-documentaire aan het maken is. Hij is namelijk tien jaar geleden voor het eerst op Bastimentos geweest en is sindsdien nog vier keer terug gekomen en hij heeft het eiland en met name de natuur zien veranderen. Hij is vooral geïnteresseerd in de pijlgifkikkers die hier op het eiland altijd in grote getale en varianten aanwezig zijn geweest, maar die naar zijn mening toch steeds minder leefruimte krijgen. Dat gaat hem aan het hart en hij heeft besloten om zelf een documentaire te maken om zo meer bewustzijn voor de natuur te creëren.


Hij is blij dat hij ons tegen het lijf is gelopen en vraagt of we willen meewerken want wij kunnen een beeld geven van het leven op Bastimentos en de dingen waar een eiland als dit mee te kampen heeft en die impact hebben op de natuur. Zoals bijvoorbeeld het vuilnis-probleem en het water-tekort maar ook de ontwikkeling van een groot project als het Red Frog Beach Resort dat in de tussentijd is gebouwd.


En zo komt het dat Roberto de volgende dag op onze veranda voor de camera zit en honderduit vertelt. De Amerikaan is dik tevreden, want jullie kennen Roberto, als er één kan kletsen dan is hij het. De volgende dag komt hij zelfs terug voor wat extra opnames, nu in de jungle achter ons huis (waar tot zijn grote genoegen nog zat pijlgifkikkers zitten).
We brengen hem ook in contact met locals om te interviewen, die natuurlijk nog veel meer kunnen vertellen over hoe Bastimentos in de afgelopen 15 jaar, met de komst van het toerisme, is veranderd.


Al met al zijn we er een paar dagen zoet mee en het is leuk om te praten met iemand die begaan is met het eiland en de natuur hier. Het zal niet wereldwijd uitgezonden worden maar de Amerikaan, die van beroep wiskundeleraar is, zal zijn documentaire in ieder geval op school tonen en uiteindelijk zal het op Youtube eindigen, maar iedere kijker is er één, nietwaar?
En voordat jullie nu allemaal die ene vraag stellen.... Het is nog niet duidelijk wanneer we de documentaire kunnen bewonderen. De maker hoopt het in de loop van dit jaar af te hebben en hij laat ons weten als het op Youtube staat. Nog even geduld dus.

PS: we hebben al eens een korte video van een pijlgifkikker op Youtube gezet. Klik hier om  'm nog eens te bekijken.

maandag 17 maart 2014

Panama City

De sky-line van Panama City
In het kader van onze sabbatical, brengen we een bezoekje aan Panama City. Niet voor het eerst, want iedere keer als we naar Nederland vliegen, gaan we via Panama City, maar het is de eerste keer dat we de stad toeristisch bezoeken. Normaal gesproken vliegen we altijd van Bocas naar Panama (want daarna begint de lange vliegreis naar Nederland pas) maar aangezien een vliegticket 4 keer duurder is én omdat we nu toch alle tijd van de wereld hebben, besluiten we dit keer om de bus maar eens te proberen.

Panamá La Vieja
Voor dag en dauw nemen we een bootje naar Bocas, alwaar we de eerste boot naar Almirante nemen. Een taxi brengt ons naar de bushalte waar om kwart voor negen de 10 uur durende busrit naar Panama City begint. Na de eerste stop krijgen we de huisregels te horen. Want er is iemand over zijn nek gegaan in het toilet van de bus en dat is níet de bedoeling. Gelieve ook een Numero Dos, oftewel Grote Boodschap, níet in de bus te plegen. Mocht één van deze noden zich voordoen, gelieve dit de buschauffeur te melden, dan wordt er gestopt. Ik heb het zekere voor het onzekere maar genomen en heb van de drie sanitaire stops gebruik gemaakt.

Panamá La Vieja (kathedraal toren)
Het eerste gedeelte van de rit gaat door de bergen naar David (dat stuk hebben we al vaker gereden) en dan komen we, voor het eerst van ons leven, op de Pan-Amerikaanse snelweg. Nou ja, laat dat 'snel' maar weg. Het is een tweebaansweg (één baan voor elke richting) die duidelijk aan renovatie toe is. Pas het laatste stuk, na Santiago, wordt het een vierbaansweg van enigszins betere kwaliteit. Ook voor het uitzicht hoef je de rit niet te maken. Het landschap is eentonig met niet of nauwelijks panorama. Kortom, de busrit is lang en saai. Ruim 13 uur nadat we van huis vertrokken zijn, rijden we over de brug Puente de las Américas en arriveren we eindelijk in Panama City.

Panamá La Vieja
Maar dan is het toch echt vakantie. We bezoeken 'Panamá La Vieja', de eerste Spaanse nederzetting gesticht in 1519 door Pedro Arias de Ávila. Helaas zijn de Panamezen niet sterk in het verstrekken van historische informatie en in het museum bekijken we regelmatig voorwerpen die duidelijk heel oud en interessant zijn maar de enige informatie die het begeleidende kaartje ons biedt, is de donateur van het betreffende artefact. Ook bij de ruïnes ontbreekt iedere informatie, zodat het bezoek uitmondt in een wandeling langs oude funderingen en halve muurtjes, terwijl we ons afvragen wat nou precies wat is geweest...

Casco Viejo (kathedraal Metropolitana)
Dankzij een reisgids weten we in ieder geval dat deze nederzetting niet lang heeft bestaan. In 1671 is het tijdens een gevecht met de beruchte piraat Henry Morgan afgebrand. Daarna verhuizen de Spanjaarden de stad naar een beter verdedigbare plek een paar kilometer verderop, een plaats die nu bekend staat als 'Casco Viejo'.

Casco Viejo
Casco Viejo is recent behoorlijk gerenoveerd en heeft met zijn smalle straatjes en laaghangende balkonnetjes een romantische sfeer. Er zijn diverse kerkjes, sommige steen voor steen overgebracht vanuit Panamá La Vieja, en schaduwrijke pleintjes. Het is een genot om doorheen te struinen.

Casco Viejo (vis-afslag)
Natuurlijk eindigen we iedere avond in een restaurantje en het toeval wil dat vlak om de hoek bij ons hotel La Tasca de Durán zit. Het is het restaurant van Roberto Durán, een beroemde Panamese boxer waarover vorig jaar een film is gemaakt ("Hands of Stone" met o.a. Robert de Niro). Die kans kunnen we niet voorbij laten gaan. We eten er een heerlijke steak en jawel, Roberto Durán is er ook en wel in voor een babbeltje en een foto!

Roberto & Roberto
Maar, hoe kan het ook anders, het hoogtepunt van de vakantie is toch wel het Panama Kanaal. We bezoeken de Miraflores sluizen, waar we vanaf een platform kunnen zien hoe de schepen door de sluizen gaan. Helaas, ook hier biedt het bezoekerscentrum en museum naar onze zin veel te weinig informatie over het hoe en wat.

Miraflores (locomotieven trekken schip door de sluis)
Op de laatste dag maken we zelf een boottochtje door het Panama Kanaal. In Gamboa stappen we op de boot die ons zuidwaarts via de Culebra Kloof (het smalste gedeelte van het kanaal) en zowel de Pedro Miguel als Miraflores sluizen terug brengt naar de Grote Oceaan. Het is een ontzagwekkende tocht. Om samen met zo'n gigantisch containerschip of tanker in de sluis te liggen, het containerschip in positie gehouden door zes kabels die aan soort locomotieven (ezels genoemd) vastzitten, terwijl het water zakt en er nog slechts centimeters ruimte aan beide zijden tussen de kademuur en het containerschip zit... Het is niet in woorden, en zelfs niet in foto's vast te leggen, maar het is echt waanzinnig indrukwekkend!

Miraflores sluis
Na deze prachtige dag gaan we met de nachtbus weer terug naar huis. Het was nog even spannend want de boot-tour begon ruim anderhalf uur later dan gepland. Gelukkig waren we hierover een dag van tevoren ingelicht, dus voor de zekerheid hadden we ons busticket laten overzetten naar een latere bus. Uiteindelijk verliep de boottocht erg voorspoedig en waren we ruim om tijd op het busstation, waar we keurig netjes wachten op onze 19.30 bus. Maar de bus van 19.00 gaat maar niet weg en de chauffeur blijft maar roepen. Rob en ik kijken elkaar aan: zou het omzetten van ons ticket dan toch niet helemaal goed zijn gegaan? Jawel hoor, bij navraag blijkt dat we nog steeds op de lijst van de 19.00 bus staan... Zodra we ingestapt zijn, begint de lange reis naar huis, waar we 's morgens om half acht doodmoe in ons bed rollen. Thuis! Kunnen we weer heerlijk uitrusten van onze vakantie...

 
Pedro Miguel sluis (het past maar net)

zaterdag 8 maart 2014

Carnaval

In al die jaren dat we hier nu zitten, hebben we nog nooit het carnaval meegemaakt. Op Bastimentos wordt sowieso geen carnaval gevierd (ja, de locals gaan naar de kroeg maar dat doen ze ieder weekend) en omdat carnaval altijd midden in het hoogseizoen valt, hadden we het altijd te druk met werk en kwam het er nooit van om naar Bocas te gaan. Dus dit jaar zijn we vast besloten: we gaan carnaval vieren! En dan komt ons ter ore dat uitgerekend dit jaar de gemeente geen geld heeft gestopt in het volksfeest, wat inhoudt dat veel gesponsorde activiteiten, zoals parades en optochten, dit jaar niet plaatsvinden. Toch besluiten we op dinsdag een kijkje te nemen in Bocas.
Maar eerst heb ik 's middags een afspraak met de tandarts. Ja, ik vond het zelf ook vreemd dat de tandarts met carnaval zou werken, maar ik had de datum nog eens extra gecheckt en ik kon zien dat er al andere afspraken in de agenda van de assistente stonden, dus ik dacht dat het wel zou kloppen. Fout! Je moet er hier nóóit van uit gaan dat het wel goed zal zijn. Kortom, ik stond voor een gesloten tandarts-praktijk.


Niet getreurd, we zijn in Bocas, we storten ons in het carnavalsgedruis. Hoewel gedruis... dat valt een beetje tegen. Helaas wordt het carnaval hier niet gevierd op de bekende Latijns-Amerikaanse wijze. Dus geen opzwepende muziek of kleurig getooide, schaars geklede dames à la Rio de Janeiro, en ook geen praalwagens of parades. Alleen de Diablo's (duivels) zijn present. Mannen en jongens gekleed in zwart-rode pakken met grote zelfgemaakte duivelsmaskers gewapend met een zweep die ze vervaarlijk laten knallen. Het is een carnavalstraditie die is ontstaan in het Caribische Portobelo, maar de betekenis is niet helemaal duidelijk. Sommige zeggen dat ze de Spaanse veroveraars moeten voorstellen terwijl andere beweren dat het zijn oorsprong in de slavernij vindt...

Verder wordt het carnaval in Bocas vooral gedefinieerd door harde muziek. Overal in de hoofdstraat staan tenten, allemaal met een eigen geluidsinstallatie, allemaal met hun eigen muziek, allemaal op oorverdovende sterkte. O ja, en er is bier, heel veel bier.


Het is voor ons ouwetjes een beetje te veel van het goede en uiteindelijk belanden we in een zijstraatje in een bar die voornamelijk door Amerikanen wordt bezocht. Ze vieren Fat Tuesday, oftewel Mardi Gras, in New Orleans stijl. De versiering bestaat hier voornamelijk uit vreemde hoofddeksels, kralen kettingen en maskers, allemaal in de traditionele Mardi Gras kleuren groen, paars en goud. Een gelegenheidsbandje, bestaande uit zes mannen met ruige baarden, grijze paardenstaarten en pensioengerechtigde leeftijd, speelt vrolijke Dixieland-muziek. We kunnen er rustig zitten, ze schenken een goeie seco-cola en het is er gezellig.
Dan ben je ex-Brabander (oké import, maar toch) en vier je in Midden-Amerika carnaval op zijn Amerikaans... Ach als je het maar naar je zin hebt, nietwaar?